Online luisteren

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

Preken

KONINGSKERK 07 – 06 – 2009

door ds. L. Krüger

Schriftlezing: Marc. 10: 13 - 16

Het is een heel mooi, toepasselijk gedeelte voor een preek in een kinderdienst. Trouwens, wij komen de woorden “Laat de kinderen tot Mij komen, verhinder ze niet” ook in de doopliturgie, en met deze woorden zijn wij het roerend eens.

Het zijn woorden die iets heel vertederd bij ons oproepen; wij horen graag een preek hierover. Niemand die aanstoot neemt.

Toch is het gevaar groot dat we vertederd naar dit verhaaltje uit de Bijbel luisteren, en wij geven Jezus groot gelijk;

Maar dan draaien we ons om en doen we net als de discipelen.

Kijk, dat Jezus van kinderen houdt en veel tijd en aandacht voor hen heeft, dat is heel mooi (wij verwachten ook niet anders); maar of wij zelf zoveel tijd, aandacht en liefde voor hen hebben, dat is punt twee.

Aan de andere kant: als we de situatie en de omstandigheden van die dag hadden gekend – als we maar wisten hoe druk het was, en welke lange uren de discipelen hadden gemaakt, en hoe de mensen voortdurend naar voren beurden en bij Jezus probeerden te komen, en hoe ontzettend veel ze vroegen, niet alleen van Jezus, maar ook van de discipelen; deze wil dit weten, die vraagt dat; dan is er weer iemand die om genezing vraagt, dan weer iemand anders die hoog nodig met Jezus moet praten; dan weer een afvaardiging van de Farizeeën en de Schriftgeleerden met een klacht; dan weer dit, dan weer dat… het hield maar niet op, en de ene zaak is zo belangrijk als de andere zaak… - als we maar wisten hoe ontzettend druk de discipelen het hadden en welke druk er op hen werd gelegd… nou, dan hadden we waarschijnlijk wel begrip voor hun reactie toen er wéér een groep zich meldde:

De mensen probeerden kinderen bij hem te brengen om ze door hem te laten aanraken, maar de leerlingen berispten hen. Wij zouden er misschien begrip voor kunnen opbrengen, maar Jezus niet. Absoluut niet. Toen Jezus dat zag, wond hij zich erover op en zei tegen hen: ‘Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen (NBG: Toen Jezus dat zag, nam Hij het zeer kwalijk…)

De leerlingen berispen de mensen, maar Jezus berispt de leerlingen. Want het is voor Hem een belangrijke zaak. Voor ons stelt het misschien niet zo veel voor, voor Hém wel. – Als het voor Jezus belangrijk is, is het ook voor óns belangrijk!

Als je niet Jezus opstelling t.a.v. kinderen begrijpt, zul je ook nooit zijn Koninkrijk begrijpen. Kinderen vergestalten de essentie van het Koninkrijk van God!

Marc. 10: 15:

Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.’

Matt. 19: 13

‘Laat de kinderen ongemoeid, belet ze niet bij mij te komen, want het koninkrijk van de hemel behoort toe aan wie is zoals zij.’

Voor ons als Koningskerk betekent het:

  1. als wij het Koninkrijk van God willen begrijpen, kunnen we niet anders dan om ernstig en heel nadrukkelijk aandacht te besteden aan wat Jezus leert aangaande kinderen.
  1. Het is niet ter discussie, de vraag: is de Koningskerk een kind-vriendelijke gemeente of niet?

Als je gemeente van Jezus Christus bent, dan ben je vanzelfsprekend een kind-vriendelijke gemeente. Kinderen hebben niet alleen een plaats in de Koningskerk; ze hebben een heel belangrijke plaats - namelijk een plaats die Jezus zelf hen heeft toegekend.

Daarom zeggen wij vanmorgen tegen elkaar: wat zijn wij blij en bevoorrecht met de kinderen in onze gemeente; En we spreken met elkaar af dat we niets zullen doen om hen op welke wijze te belemmeren of onwelkom te laten voelen.

Ook vanmorgen zegt Jezus aan ons: ‘Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij.”

Kinderen zijn in het Koninkrijk van God van wezenlijk, van essentieel belang, want:

i) In Jezus openbaart God Zich in een Vader-kind relatie! Dat betekent: mensen van het Koninkrijk hebben een kinderlijk vertrouwen op God (wat jammer dat wij telkens weer de neiging hebben om in discussie te gaan. Een kind gelooft gewoon wat zijn vader hem zegt en belooft.)

Een collega vertelde mij een keer een heel treffend verhaaltje. Op een avond was hij bij de kerk voor catechese. - Op het moment dat hij de kerkzaal binnenging, werd een van zijn catechisanten – een meisje – door haar vader voor de deur afgezet. Hij hoorde de vader tegen het meisje zeggen: “Tot straks!” Die avond was het onderwerp: Vertrouwen op God en zijn woord. Gedurende de les vroeg datzelfde meisje aan de dominee: “Ja, maar hoe wéten we dat we op God kunnen vertrouwen?

- een vraag die waarschijnlijk was voortgekomen uit onzekerheid en uit haar worsteling met de soort problemen waarmee kinderen in de puberteit geconfronteerd worden.

Toen gaf mij collega een heel mooi, eenvoudig antwoord. Hij vroeg aan het meisje: “Hoe kom je straks weer thuis?” Het meisje antwoordde: “Mijn vader komt mij halen.” Mijn collega vroeg: “Hoe weet je dat?” Het meisje antwoordde: “Hij heeft het gezegd… hij heeft het beloofd.” Mijn collega antwoordde: “Precies… Je vader heeft het gezegd, hij heeft het je beloofd. En je gelooft dat hij gaat doen wat hij heeft beloofd. Zoveel temeer God…”

De woorden van Jezus: “Zoveel temeer jullie hemelse Vader…” Vaak nog hebben we een geloof van: “Ja, maar…” Jezus zegt bijvoorbeeld: maak je geen zorgen… jullie hemelse Vader weet dat jullie al deze dingen nodig hebben. En wij zeggen: ja, maar… (en dan noemen wij een hele rits redenen op waarom we ons tóch nog zorgen maken.) De Bijbel leert ons: Jezus is gekomen om te redden en te genezen; Hij is onze grote geneesheer… Maar wanneer het gaat om genezingsdiensten, of werkelijk geloven in genezing, zeggen wij: ja, maar… Jezus leert ons: wees vergevensgezind; vergeeft van harten, 70 x 7 maal… Maar wanneer ik dan iemand moet vergeven die mij onrecht heeft aangedaan, dan zeg ik: ja, maar… En dan noem ik een rits van redenen waarom ik níét ga vergeven!

Een kind heeft een blindelings geloof in zijn vader. Een kind zegt niet: ja, maar… Ik wil u vanmorgen zeggen: ik wil niet meer een ja, maar…-geloof hebben. Mijn gebed is dat we een gemeente zullen zijn die God gewoon op zijn Woord gelooft.

Geen ja, maar…

ii) Wij, mensen van het Koninkrijk, hebben een kinderlijke openheid, onbevangenheid, ontvankelijkheid

Wetenschaplijken hebben vastgesteld: Kinderen lachen gemiddeld 140 x per dag

Bij volwassenen ligt het gemiddeld op 4.

Begrijp je nu waarom wij, Koninkrijksmensen, dat kind in ons willen koesteren?

God onze Vader is zo onbeschrijflijk goed voor ons; Hij heeft ons lief, Hij zorgt voor ons, Hij overlaadt ons met zijn zegeningen -

Daarom zeuren wij niet, daarom klagen wij niet; daarom zijn we niet afgunstig op anderen;

van puur blijdschap en dankbaarheid kunnen we al minstens 140 x per dag lachen!

iii) Als kinderlijke mensen leven wij met een voortdurende verwondering over de schepping en het mooie om ons heen. Dat is voor mij persoonlijk een van de allermooiste kenmerken van kinderen: ze kunnen zich nog verwonderen! – Met grote, verwonderde ogen gaan ze door het leven.

Een dag waarin je niet hebt gelachen en je minstens vijf keer hebt verwonderd, is een dag niet geleefd!

iv) Een kind beleef de wereld eenvoudig. De soort kinderen waar Jezus op doelt, kennen niet streven en naijver. Op een dag kwamen de discipelen bij Jezus, en ze vroegen Hem: ‘Wie is eigenlijk de grootste in het koninkrijk van de hemel?’ (Eigenlijk bedoelde ze ook een beetje: wie van ons is het belangrijkst? - Volwassenen zijn vaak zo begaan over hun positie; zo vol van hun eigen belangrijkheid.)

Dan lezen wij:

Hij riep een kind bij zich, zette het in hun midden neer en zei: ‘Ik verzeker jullie: als je niet verandert en wordt als een kind, dan zul je het koninkrijk van de hemel zeker niet binnengaan.Wie zichzelf vernedert en wordt als dit kind, die is de grootste in het koninkrijk van de hemel. En wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt mij op. Op een bijna schokkende wijze maakt Jezus vervolgens bekend hoe belangrijk kinderen voor Hem zijn: Wie een van de geringen die in mij geloven van de goede weg afbrengt, die kan maar beter met een molensteen om zijn nek in zee geworpen worden en in de diepte verdrinken.

Het kan nooit zijn dat een kerk zelfs de geringste vormen van kinder-misbruik tolereert! (Vandaar ook dat de berichten uit de Katholieke Kerk over kindermolestering door priesters zo schokkend zijn.) Kinderen vormen de kern van het Koninkrijk van God - want God zelf heeft het zo bestemd!

Matt. 11: 25:

Te dien tijde hief Jezus aan en zeide: Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan kinderkens geopenbaard.

Hier spreekt Jezus diep uit zijn hart! Hier laat Hij de kern van Gods Koninkrijk zien. Hiér ontdekken wij hoe ontzettend belangrijk kinderen voor God zijn. Meestal eindig je een boodschap als deze met een verhaaltje of een gedachten die tot uitdrukking brengt hoe je wél wil zijn. Ik wil deze keer eindigen met een verhaaltje hoe wij als Koningskerk níét… never nooit willen zijn! (En dan doel ik op de moeder in het verhaal) : In zijn boek Genade, wat een wonder, stelt Philip Yancey met grote nadruk de vraag: Waar komt die reputatie van overspannen vreugdeloosheid in de kerken toch vandaan? Een column van de humoriste Erma Bombeck werpt daar wat licht op: Toen ik afgelopen zondag in de kerk zat, viel mijn oog op een jongetje dat zich steeds omdraaide en naar iedereen glimlachte. Hij zat niet te rochelen, te spugen, te zoemen of te schoppen, een liederenbundel uit elkaar te trekken of in de handtas van zijn moeder graaien. Hij glimlachte alleen maar.

Uiteindelijk trok zijn moeder hem weer recht op zijn stoel en fluisterde luid genoeg om het een ieder te laten horen : ‘Houd op met dat gegrinnik. Je bent in de kerk!’ Ze gaf hem daarbij een draai om zijn oren en toen de tranen over zijn wangen liepen, voegde zij eraan toe: ‘Zo, dat is beter’, en verzonk weer in gebed… Ik werd plotseling boos. Ze scheen te zeggen: de hele wereld is in tranen, en als jij dat niet bent dan kun je daar maar beter iets aan gaan doen. Ik wilde dat kind met zijn betraande gezichtje pakken, het tegen mij aandrukken en hem over God vertellen. De blijde God. De glimlachende God. De God die gevoel voor humor moet hebben om wezens zoals wij zijn te scheppen. Door traditie zijn we gewoon ons geloof mee te dragen met de ernst van iemand die in de rouw is, de plechtigheid van een toneelspeler in een tragedie en de toewijding van iemand die het insigne van de Rotary Club draagt. Wat een dwaas, dacht ik. Hier zat een vrouw naast het enige licht dat er in onze beschaving is overgebleven – de enige hoop, ons enige wonder – onze enige belofte van oneindigheid. Als hij in de kerk niet kon glimlachen, waar zou hij dat dan wel kunnen?

De reactie van Erma Bombeck:

…. Ik wilde dat kind met zijn betraande gezichtje pakken, het tegen mij aandrukken en hem over God vertellen. De blijde God. De glimlachende God. De God die gevoel voor humor moet hebben om wezens zoals wij zijn te scheppen.

Ja, zo willen wij als Koningskerk ook zijn: warm, open, vriendelijk… kind-vriendelijk!

Amen

 

 

Jaartekst: 2 Korinthe 5:17

pkn_logo

               "Als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden."

Leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig   

         van hart.