Online luisteren

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

Preken

KONINGSKERK 01 - 02 - 2009

Schriftlezingen: Matt. 12: 33 - 37 en Matt. 15: 1 - 9 (NBV)

Al heel lang loop ik met het idee om een preek te houden over het thema: “Hoe kom ik het snelst van mij geloof af?”

Maar het is toch een beetje een pittig onderwerp, en het klinkt heel negatief, dus zal ik de gedachten die ik met die preek wil overdragen, gebruiken als inleiding op de boodschap van vanmorgen.

“Hoe kom ik het snelst van mij geloof af?”

Het antwoord luidt: let op mensen!

Er is geen sneller en zekerder manier om je geloof kwijt te raken, dan je op mensen en hun doen en laten te richten. Er zijn ontzettend veel Christenen wiens geloof al stuk is gelopen op mensen – en niet in de minste op mede-Christenen. De klassieke uitspraak is: er is zoveel pijn en ellende en lijden in de wereld, ik kan niet in God geloven. Ja, maar wie veroorzaakt oorlog, honger, uitbuiting, misbruik – doet God dat?

Nee, dat doen de mensen. Dus, ik richt me op wat ménsen doen, en dan verlies ik mijn geloof in God. Ook vele mensen die hun geloof kwijt zijn geraakt door optreden van anderen in de kerk. Iemand die in een vreemde kerk binnenkomt (je voel je al onzeker en kwetsbaar) en gaat zitten, en dan komt er iemand, en tikt je op de schouder: “Het is mijn plaats!” (Ik moet je eerlijk zeggen: ik begrijp zelf ook niet dat er ven die mensen in de kerk zitten, met een opstelling die zo radicaal botst met wat Jezus ons geleerd heeft – maar deze dingen gebeuren nu eenmaal. Ook kerkmensen die zich zo ergeren aan kinderen in de gemeente. Ik begrijp het gewoon niet.) Vele Christenen die diep teleurgesteld zijn in de schijnheiligheid, de liefdeloosheid, de hardheid van anderen. Soms zelfs in je eigen ouders, de leiding van het internaat, je man, je vrouw, je kinderen… “Hoe kom ik het snelst van mij geloof af?” Het antwoord luidt: let op mensen! Nu een veel belangrijker vraag: hoe herwin ik weer mijn geloof? Het antwoord: let op de Mens… let op Jezus! Je behoudt je geloof, je groeit in je geloof; je ontdekt de onvoorstelbare rijkdom van het geloof als je je ogen gericht houdt op Jezus Christus: op Hem om wie het ten diepste gaat. Deze Jezus heeft gezegd: niet wat door je mond naar binnen gaat, bepaalt je leven; maar dit wat in je hart zit – dit wat van binnen naar buiten komt

Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over. Ons thema vanmorgen: “Waar ben je vol van? / Waar zijn wij vol van? – van mensen?”

Schriftlezing

PREEK

De Koningskerk al een 100 jaar hier in Rotterdam-Zuid. Eerst op het Noorder-Eiland, nu hier op Kop van Zuid. Een jaar lang mochten we feestvieren om dit te gedenken. Vanmorgen sluiten we ons jubileumjaar af. Een uitstekend moment voor een gelegenheidspreek. Daarom vond ik het onderwerp dat de Here mij op het hart legde om vanmorgen over te preken, heel erg verrassend. Maar hoe meer ik ermee bezig was, hoe meer kwam ik onder de indruk van het onbeschrijflijke belang en de actualiteit van dit onderwerp. Ik kan geen beter vraag bedenken dan dat we ons vanmorgen, aan het eind van ons 100-jarige jubileumviering, en op naar het volgende 100 jaar, onszelf in het licht van de Bijbel afvragen: Waar zijn wij vol van? Eigenlijk is het heel gemakkelijk om dat vast te stellen. Je hoeft alleen maar te luisteren naar waar we over praten. – je hoeft alleen maar na de dienst bij de tafeltjes langs te gaan, op de gebeds- en Bijbelstudiegelegenheden, op de huiskringen en de Alpha-cursus langs te gaan om erachter te komen waar we vol van zijn.

Jezus zegt:

Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over.

I. De eerste heel belangrijke opmerking wat ik wil maken: als in het verleden de mensen van de toen kleine, moeizaam overlevende Koningskerk op mensen gericht was… als ze zich destijds door mensen hebben laten leiden, dan zaten wij hier vanmorgen niet. Dat is zeker.

Op de avond toen er een gemeentevergadering was (zoals we ook morgenavond hebben) waarop over de toekomst van de Koningskerk beslist moest worden, was er een groep mensen uit de gemeente, en ook enkele predikanten – ik meen een of twee ook uit Utrecht. De predikanten uit Utrecht (of waarschijnlijk was het Leusden) zeiden: mensen, doek de zaak maar op; sommigen van jullie kunnen naar het Centrum, en anderen naar de Breepleinkerk. Dat waren menselijke overwegingen. Zonder visie, zonder inspiratie; letten op de feiten, niet op de waarheid. Toen heeft de Koningskerkgroep, onder leiding van dhr. Jan-Willem Tuitel, en ik vermoed ook zijn broer Krijn, en verschillende anderen, ik vermoed ook Peter Maat, aan deze dominees gezegd: gaat u maar rustig terug naar uw eigen gemeenten, wij gaan door hier op het Noorder-Eiland.

Ze waren niet vol van mensen, ze lieten zich niet door mensen leiden; nee, ze waren gericht op de Koning van de Kerk; ze waren gericht op Jezus! Ze waren gericht op God, onze Schepper en Vader, voor wie niets onmogelijk is; ze waren gericht op de Heilige Geest die ons leidt en inspireert.

II Het begint al in je persoonlijk leven.

Lucas 18: 29:

Jezus zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: iedereen die huis of vrouw, broers of zusters, ouders of kinderen heeft achtergelaten omwille van het koninkrijk van God, zal reeds in deze tijd het veelvoudige ontvangen en in de tijd die komt het eeuwige leven.’ Jezus zegt hier iets heel verrassends, maar ook heel belangrijks: Hij zegt namelijk dat als je toelaat dat mensen (zelfs vader / moeder, man / vrouw, broer / zuster… of een vriend of vriendin, of wie ook) voor je belangrijker wordt dan Hij, dan gaat die persoon of die mensen verhinderen dat je de volle rijkdom en zegen van het Koninkrijk van God ontvangt. Mensen (ook je geliefden!) kunnen tussen jou en de overvloedige zegeningen van God staan.

“Achterlaten” zoals Jezus het hier gebruikt, betekent vaak gewoon “loslaten”. Het is een heel raar verschijnsel: vaak laten we toe dat degenen die verondersteld zijn ons gelukkig te maken - echtgenoot, kinderen, ouders, vrienden - ons al ons geluk ontnemen.

i) Het kan zijn gewoon omdat ze niet aan onze verwachtingspatroon voldoen.

- voortdurend probeer ik om mensen zo te veranderen en te beïnvloeden dat ze meer en meer worden zoals ik ze wil hebben. En als het dan niet lukt (meestal lukt het niet) wordt ik bitter en opstandig en negatief.

ii) Het kan ook zijn doordat we ons zoveel zorgen om hen maken. Zorgen over een kind kun je je levenslust ontnemen. Er zijn mensen die zich zo veel zorgen over hun kinderen maken (of over de ouders, de partner, of wie ook al, dat ze er nooit aan toekomen om van hun kinderen, laat staan nog van het leven te genieten. Als je vol bent van mensen, ben je altijd weer geneigd om je zorgen te maken. (Jezus zegt: Kijk omhoog… - kijk naar de vogels van de hemel; kijk om je heen – kijk naar de leliën van het veld… kijk naar God onze Vader en Schepper, kijk naar Hem, de bron en gever van al het goede; richt je op Hem, die met zoveel liefde voor ons zorgt, en dan heb je geen reden meer om je bezorgd te maken!)

Er zijn zelfs mensen die geen leven hebben, gewoon omdat ze zo vol zijn van mensen, dat ze zich voortdurend afvragen: wat zullen de mensen van mij zeggen? Wat vinden ze van me? Wat denken ze van mij?

Dat kan ook in de gemeente gebeuren: de doodsteek voor een gemeente is: wat zullen de mensen zeggen? Is het niet véél belangrijker om te vragen: Wat zal Jezus hierover zeggen? (Ik wil je verzekeren: het oordeel van Jezus is meestal veel milder en liefdevoller dan die van mensen – ook van kerkmensen!)

II Het begint in je persoonlijk leven, maar het is zeker ook van doorslaggevend belang voor je geloof, en voor de Kerk. Een van de ernstigste en meest vernietigende oordelen over het volk Israël zijn de woorden van God zelf die wij in Jesaja lezen, en die Jezus ook aanhaalt: “Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van mij; tevergeefs vereren ze mij, want ze onderwijzen hun eigen leer,

voorschriften van mensen.” (tradities!) - Jes. 29: 13

Het lijkt erop of ze met godsdienst en geloof, ja, met de zaak van God bezig zijn – maar ten diepste is het een geloof en een godsdienst die vol zit van mensen. Zoals ik het wil… zoals mijn traditie het leert… zoals ik het van huis uit hebt geleerd… zo zijn wij het gewend, te doen… En God zegt tegen Israël: als jullie dan zo vol van julliezelf, zo vol van mensenwensen en mensengeboden zijn, dan zal Ik het geloof, de redding en de zegeningen aan anderen geven, die Mij wel met hart en ziel vereren en dienen.

Het is opmerkelijk hoe vaak wij onze doen en laten, en ook de inkleding van het geloof laat afhangen van andere mensen. Wanneer de Farizeeën gingen bidden, stonden ze op de straathoeken om door mensen gezien te worden. Want ze waren vol van mensen. Als ze vastten en als ze aalmoezen en tienden geven en goede daden verrichten, moest de hele wereld er kennis van nemen, want ze waren vol van mensen, en niet vol van God.

Het is kenmerkend van een kerk en een gemeente die vol is van mensen, en niet vol van God, dat er over de kleinste en alleronbelangrijkste dingen ruzie gemaakt wordt of spanningen ontstaan. Het is voor God niet belangrijk hoe groot of klein de avondmaalsbeker is, of hoe de avondmaalslaken er uitziet, of hoe lang of hoe breed de tafel is; Het is voor Hem niet belangrijk uit welk boek je zingt.

Wij kunnen ook onze gebeden en onze overtuigingen en geloof laten bepalen door mensen. Soms gaat een voorganger na de preek in het gebed noch eens aan God uitleggen waar het over ging in de preek. Dan denk ik bij mezelf: nee, nu heb je het niet tegen God, je praat nu tegen de mensen. Soms kun je ook toelaten dat mensen je belemmeren in je erkentelijkheid jegens God.

Een voorbeeld dat mij echt heeft aangegrepen:

Er is een mevrouw, heel actief in kerkelijk werk. Een tijd geleden – misschien is het al twee jaar geleden – kreeg ik te horen dat deze mevrouw ernstig ziek is. Naar menselijke maatstaven terminaal ziek, een aflopende zaak. Er werd heel veel voor haar gebeden, in verschillende kerken. Een tijd later hoorde ik dat ze nog leeft, en dat ze zelfs weer actief is met kerkelijk werk.

Echt een wonder, een gebedsverhoring.

Maar onlangs vertelde iemand mij het volgende: ze waren bij een bijeenkomst, en na afloop waren ze bezig om hun jassen aan te trekken, en iemand zei tegen deze mevrouw: wat fijn dat je erbij kon zijn, en dat het nu zo goed gaat met je. Dat was echt een verhoring van onze gebeden! En deze mevrouw zei: nou, ik weet het niet, of het een gebedsverhoring was. Achteraf legde ze uit: ik wil niet zeggen dat het een gebedsverhoring was, want wat dan van degenen die niet genezen? Ik vond het zo ontzettend jammer. Wat jammer en wat erg als we niet meer bereid zijn om God de eer en de erkenning te geven voor zijn geweldige daden, alleen maar omdat we bang zijn we kwetsen degenen die het niet ontvangen hebben. Nee, zo willen we niet met gebed omgaan! Wij willen oog hebben voor wat God doet, en wij willen Hem erkentelijk zijn en het verkondigen; Hem willen wij onbeschroomd de eer geven en dank brengen voor wat Hij doet!

- We moeten nooit toelaten dat de teleurstellingen, en het onbegrijpelijke dat we in ons gebedsleven tegenkomen, een schaduw werpt over wat God wel doet en de gebeden die Hij wel op aangrijpende wijze verhoort.

In Matt. 20 lezen wij over twee mensen die – als ze het hadden toegelaten, en als ze zich maar iets hebben aangetrokken van anderen – hun genezing zou hebben misgelopen: Toen ze uit Jericho vertrokken, volgde hem een grote menigte. Er zaten daar twee blinden langs de weg die, toen ze hoorden dat Jezus voorbijkwam, begonnen te roepen: ‘Heer, Zoon van David, heb medelijden met ons!’ Men snauwde hun toe dat ze hun mond moesten houden. Maar ze riepen nog harder: ‘Heer, Zoon van David, heb medelijden met ons!’ Jezus bleef staan, hij riep hen en vroeg: ‘Wat wilt u dat ik voor u doe?’ Ze antwoordden: ‘Heer, open onze ogen!’ Jezus kreeg medelijden en raakte hun ogen aan. Meteen konden ze weer zien en ze volgden hem.Deze twee blinden waren niet vol van mensen, ze waren vol van Jezus. En dat was hun redding! Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over.

- hoe ontzettend veel zegeningen en geestelijke groei lopen we soms mis, gewoon omdat we toelaten dat mensen ons verhinderen en weghouden van Jezus!

Waar zijn wij als Koningskerk dan wel vol van? Dat wil ik heel graag vanmorgen met jullie delen, en ik ben er overtuigd van dat een ieder met volle overtuiging zal zeggen: ja, amen!

Wij zijn vol van… ja, vol van de Koning van de Koningskerk: Jezus. - Op Hem zijn wij gericht; op Hem, zonder wie wij niets kunnen; Op Hem, die al onze zonden en schuld heeft gedragen: Zo is er nu geen veroordeling meer. Wij zijn vol van God, onze liefdevolle, genadige Vader: Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelsferen, in Christus, met talrijke geestelijke zegeningen heeft gezegend. In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor hem heilig en zuiver te zijn, en hij heeft ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om in Jezus Christus zijn kinderen te worden, tot eer van de grootheid van Gods genade, ons geschonken in zijn geliefde Zoon. In hem zijn wij door zijn bloed verlost en zijn onze zonden vergeven, dankzij de rijke genade 8 die God ons in overvloed heeft geschonken. - Efez. 1: 3 - 8

Wij zijn vol van de grote daden van God: Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht. Dáár zij we vol van, dáár loopt onze mond van over!

Wij zijn vol van de Heilige Geest: U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’. De Geest zelf verzekert onze geest dat wij Gods kinderen zijn. En nu we zijn kinderen zijn, zijn we ook zijn erfgenamen, erfgenamen van God.

- Rom. 8: 15 - 17

Wij zijn vol van de Koning van de Kerk!: Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen.

Jaartekst: 2 Korinthe 5:17

pkn_logo

               "Als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden."

Leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig   

         van hart.