Preken
PASEN 2009 12 - 04 - 2009
Schriftlezing: Joh. 20: 1 – 18 (NBV)
Soms hoor ik in de Koningskerk preken die me nog lang bijblijven en die een diepe indruk op me maken. Soms hoor ik in de Koningskerk preken die echt mijn leven en mijn ervaring van hét leven veranderen. Ik herinner mij een preek van een jaar of twee geleden, ook op Paasmorgen: “Pasen – u mag het zeggen”.
Het ging over het verbijsterende, maar ook aangrijpende feit dat Marcus twee slotgedeelten kent: In het eerste slot wordt beschreven dat de vrouwen bij het graf komen; ze ontdekken dat de steen voor het graf is weggerold; binnen-in het graf zien ze een engel zitten, en deze deelt hen mee dat Jezus opgestaan is. Vervolgens keren de vrouwen terug naar de andere discipelen, bevend van angst, en ze zwijgen over wat ze gezien en gehoord hebben. Je kunt haast zeggen: een opstanding waarin de levende Heer afwezig is. Een opstanding waarbij niets veranderd is. Geleerden zijn het over eens: dit was het aanvankelijke slotgedeelte van Markus.
Op de een of andere wijze is er toen een ander slot bijgekomen – radicaal anders dan het eerste. - Hier verschijnt Jezus zelf op het toneel: Hij neemt het zijn discipelen kwalijk dat ze zo kleingelovig en bang en onzeker zijn; Vervolgens stuurt Hij hen uit om zijn opstanding aan de hele kosmos te gaan verkondigen; Er is voor de gelovige een machtige tijd van wonderen en overwinning aangebroken:
Dit slotgedeelte loopt als volgt af: En zij gingen op weg om overal het nieuws bekend te maken. De Heer hielp hen daarbij en zette hun verkondiging kracht bij met de tekenen die ermee gepaard gingen.
Wat een radicaal verschil! - ik hoop en ik bid dat dit het Pasen is van de Koningskerk! Want ik weet nog heel goed de strekking van die bewuste preek: “Pasen – u mag het zeggen!”: Het ligt namelijk aan óns om invulling te geven aan het Paasgebeuren.
Wat is er de zin van als Jezus uit de dood is opgestaan, en toch is het allemaal bij het oude gebleven? Wat is de zin van Pasen als zij, die in de opstanding van Jezus geloven, maar net zijn als degenen die niet in Hem geloven? Wat heeft het voor zin als de Koningskerk min of meer net is als alle andere verenigingen en groepen in Rotterdam? Ons omgaan met elkaar, ons omgaan met ziekte, ons omgaan met het kwaad, met sociale misstanden – kortom: ons manier van omgaan met het negatieve, het kwade, het demonische van het leven verschilt heel weinig van dat in de wereld die ons omringt. - Wat is dan de zin en betekenis van Pasen?
En dat terwijl Jezus zegt: er is een radicaal, een levensgroot verschil tussen een gelovige en een ongelovige: Wie gelooft en gedoopt is zal worden gered, maar wie niet gelooft zal worden veroordeeld.
Wat is het verschil tussen een gelovige en een ongelovige?: Wij gelovigen geloven dat Jezus uit de dood is opgestaan, en dat daarmee heel de werkelijkheid is veranderd. De ongelovige gaat ervan uit dat al zou Jezus ook uit de dood zijn opgestaan, het blijft allemaal nog bij het oude. Dat is het verschil!
Er zijn weinig dingen waar mensen zo tegen zijn dan verandering. Het moet maar bij het oude blijven. Daarom heeft de wereld ook zo veel moeite met Pasen.
Wat op die zondagmorgen gebeurd is, is de grootste verandering in de ganse mensengeschiedenis. Het grijpt terug op de schepping van de mens.
Het is niet voor niets dat Johannes er heel veel nadrukt op legt dat Jezus in een tuin is opgestaan. Het is onmiskenbaar: een man en een vrouw… in een tuin. Wij zijn weer terug bij dat eerste begin…. Wij zijn terug in de tuin van Eden. En deze is niet maar een mooie, stichtelijke gedachte voor een preek op Paasmorgen; Nee, er is iets diepgaands en radicaal veranderd.
Het is de vervulling van de 5-voudige zegen van Ps. 103:
Loof de HERE, mijn ziel, en al wat in mij is, zijn heilige naam; loof de HERE, mijn ziel, en vergeet niet een van zijn weldaden;
- het zijn de weldaden van Goede Vrijdag; het zijn de weldaden van Paasmorgen; het zijn de weldaden van Jezus Christus, de opgestane Heer die nu aan de rechterhand van God de Vader zit en voor ons pleit!
En hier zijn de weldaden, de overvloed, de rijkdom, de zegen van Pasen:
I. Hij vergeeft u alle schuld, - aan het kruis, op Goede Vrijdag, heeft Jezus het uitgeroepen: “Het is volbracht!” – Betaald! - Voldaan!
Het betekent dat Hij ál mijn zonden, ál mijn ongerechtigheden, ál mijn schuld volkomen op zich heeft genomen; het heeft betaald, afgerekend. Het is klaar, het is betaald, het is uitgewist, het bestaat niet meer! Daarom leven wij in de Koningskerk opnieuw weer in de Tuin, in het Paradijs: heilig en onschuldig voor en verzoend met God onze Vader en Schepper!
II Kor. 5: 17: Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen. In deze vergeving van al mijn schulden gaat het niet om mij en mijn pogingen; het gaat om God, en om Jezus: Vs. 21: Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem. Jaartekst: Rom. 8: 1: Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn.
Wij worden niet veroordeeld; wij zijn reeds vrijgesproken in Jezus, want Hij heeft ons straf gedragen!
II
Hij geneest al uw kwalen, Wij geloven in de genezende kracht van Jezus; door zijn striemen is onze genezing geworden! ij geloven dat ziekte niet een straf is die van God komt, maar dat het samen met de zonde in de wereld gekomen is, en dat Satan de dief en moordenaar is die ons voortdurend aanvalt, en ons ook onze kracht en gezondheid wil ontnemen.En we geloven en weten dat we niet altijd goed en gezond met onze lichamen omgaan; En we weten ook dat er allerlei kwalen en ziekte in deze wereld zijn. Bovenal geloven wij in de genezende kracht van Jezus; en wij geloven dat Gods wil voor en geschenk aan ons lichamelijke gezondheid en welzijn is. Wij aanvaarden de medische wetenschap; wij zijn er dankbaar voor, wij zien het als een gave van God en maken er gebruik van; Maar méér nog dan in de medische wetenschap geloven wij in Jezus Christus als geneesheer, en in de genezende kracht van God. Trouwens, álle genezing – ook die door de medische wetenschap bewerkt wordt – komt ten diepste van God. Wij respecteren de medische wetenschap, maar zullen het nooit vergoddelijken of verheerlijken of aanbidden, zoals vaak in onze tijd gebeurt.
III
Hij redt uw leven van het graf,- wij weten dat iedere genezing hier op aarde alleen maar tijdelijk is.
Ook als je met je handen slangen oppakt, ook als je een dodelijk gif drinkt en het je niet deert – uiteindelijk sterf je wel. Wij weten: ook de zieken die wij weer gezond maken door hun de handen op te leggen, zullen uiteindelijk ook sterven. Daarom de derde zegen die Jezus voor ons verworven heeft: Hij redt mijn leven van het graf! Samen met Hem mag ik opstaan tot een eeuwig leven in het eeuwige hiernamaals, in het Vaderhuis van God. Toen Jezus uit de dood was opgestaan, is Hij opgevaren naar de hemel; Hier op aarde is er geen eeuwig leven! Ons eeuwige leven is verborgen in Christus bij God!
IV
Hij kroont u met trouw en liefde,(Die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheid) Door Jezus is God ons goedgezind; door Hem behandelt Hij ons liefdevol en zorgzaam als zijn geliefde kinderen;
Daarom zegt Jezus in de tuin aan Maria: Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’
God onze hemelse Vader wil ons alleen maar zijn trouw en liefde, Zijn goedertierenheid en barmhartigheid schenken. En dan doet Hij er nog een schepje bovenop:
V
hij overlaadt u met schoonheid en geluk, (uw ziel verzadigt met het goede) Hij geeft ons méér dan genoeg; altijd vrijgevig en overvloedig. De Here is mijn herder, mij ontbreek niets… Wij geloven dat God onze liefdevolle Vader ons álles schenkt dat we nodig hebben; Hij voorziet in ál onze behoeften, in overvloed… hij overlaadt u met schoonheid en geluk, uw jeugd vernieuwt zich als een adelaar. - Wij geloven ook dat iedere gelovige er minstens 10 jaar jonger uitziet dan hij/zij in werkelijkheid is. Want dat nieuwe, dat paradijselijke, dat bovenaardse zegen geeft af ook op je lichaam en gelaat.
Dat is wat met Pasen is gebeurd, bij de opstanding, daar in de tuin: het is nieuw, nieuw, nieuw geworden…
Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen.
Amen
Mark. 16:
Toen ze het graf binnengingen, zagen ze rechts een in het wit geklede jongeman zitten. Ze schrokken vreselijk. 6 Maar hij zei tegen hen: ‘Wees niet bang. U zoekt Jezus, de man uit Nazaret die gekruisigd is. Hij is opgewekt uit de dood, hij is niet hier; kijk, dat is de plaats waar hij was neergelegd. 7 Ga terug en zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: “Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie heeft gezegd.”’
8 Ze gingen naar buiten en vluchtten bij het graf vandaan, want ze waren bevangen door angst en schrik. Ze waren zo erg geschrokken dat ze tegen niemand iets zeiden.
Ten slotte verscheen hij aan de elf terwijl ze aan het eten waren, en hij verweet hun hun ongeloof en halsstarrigheid, omdat ze geen geloof hadden geschonken aan degenen die hem hadden gezien nadat hij uit de dood was opgewekt. 15 En hij zei tegen hen: ‘Trek heel de wereld rond en maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend. 16 Wie gelooft en gedoopt is zal worden gered, maar wie niet gelooft zal worden veroordeeld. 17 Degenen die tot geloof zijn gekomen, zullen herkenbaar zijn aan de volgende tekenen: in mijn naam zullen ze demonen uitdrijven, ze zullen spreken in onbekende talen, 18 met hun handen zullen ze slangen oppakken en als ze een dodelijk gif drinken zal dat hun niet deren, en ze zullen zieken weer gezond maken door hun de handen op te leggen.’
19 Nadat hij dit tegen hen had gezegd, werd de Heer Jezus in de hemel opgenomen en nam hij plaats aan de rechterhand van God. 20 En zij gingen op weg om overal het nieuws bekend te maken. De Heer hielp hen daarbij en zette hun verkondiging kracht bij met de tekenen die ermee gepaard gingen.
11 Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, 12 en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. 13 ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd.’ 14 Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. 15 ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’ 16 Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dat betekent ‘meester’.) 17 ‘Houd me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ 18 Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat hij tegen haar gezegd had.



