Preken
KONINGSKERK – 03 – 01 - 2010
door ds. L. Krüger
Schriftlezingen: Koloss. 1: 15 – 20 (NBG)
Koloss. 2: 6 – 10 (NBV)
Kerst is nu achter de rug, toch wil ik heel even nog stilstaan bij een bepaald element uit de Kerstvieringen. Ik wil namelijk stilstaan bij de Kerstman. Ik denk namelijk dat ik nu voor het eerst deze verfschijnsel goed begrijpt. Vooral de psychologie ervan.
- (AFBEELDING 1, 2)
Nog altijd heb ik mij met een bepaalde verwondering afgevraagd: hoe past deze vrij banale figuur met zijn dikke buik, zijn rode wangen, witte baard, schreeuwlelijk rood pak, compleet met zo een kaboutermuts, en die een beetje lacht als een geestelijk gehandicapte (“ho!-ho!-ho!”) in bij het Kerstgebeuren? - (AFBEELDING 3, 4) Bovendien rijdt hij in een slee getrokken door rendieren. - (AFBEELDING 5) Ook prima; alleen, ik begrijp niet goed wat dat met het Kerstgebeuren te maken heeft.
Nu wil ik het allereerst heel duidelijk stellen: ik heb absoluut niets tegen de lieve Kerstman. En ik zal de allerlaatste zijn om te zeggen: nou, een Christen / een Gereformeerde hoort geen Kerstman in zijn huis of zijn tuin te hebben. Als je een grote opblaas Kerstman nog op je dak of in je tuin hebt staan, of een van die Kerstmannen die tegen een touwladder tegen je muur uit klimt, net onder het raam, en schalks over zijn schouder kijkt – mij best hoor! Ik heb er geen probleem mee, geen commentaar op. Ik wil zeker niet vanmorgen tégen de Kerstman preken; ik wil de verschijnsel alleen maar gaan ontleden.
De historische ontwikkeling en culturele herkomst van de Kerstman is heel duidelijk en heel eenvoudig. Santa Claus is een afleiding van onze Sint Nikolaas. - (AFBEELDING 6) De Nederlanders die naar Amerika emigreerden, hebben Sinterklaas meegenomen, en deze is Santa Claus geworden. Bovendien is er een Zweedse kabouter die verdacht veel op de Kerstman lijkt, en ongeveer dezelfde functie vervult. (AFBEELDING - 7)
En het verhaal gaat nog verder. Ook Coca-Cola speelt hier een rol in.
In 1930 kreeg de Zweedse tekenaar Haddon Sundblom (dat verklaart de link naar de Zweedse kabouter) de opdracht van The Coca-Cola Company een serie advertenties te ontwerpen voor de aanstaande kerstperiode. Niet helemaal vreemd, omdat in die jaren Coca-Cola bekend stond als een ideale dorstlesser voor met name de zomerperiode en niet zozeer voor de koudere dagen. De opdracht was een menselijke, gezellige dikkerd met een mooie baard te ontwerpen in de bedrijfskleuren rood en wit. Nu had Sundblom een gepensioneerde buurman, ene meneer Prentice die zeer goed aan de vereisten voldeed. Tevens was hij een zeer vrolijk type die een zeer aparte lach had die klonk als Yo-ho-ho. (Volgens mij was deze buurman inderdaad geestelijk niet helemaal in orde!)
Vanaf de eerste dag was deze Santa Claus een hit. Nog steeds is het beeld dat door Sundblom is geschapen hét gezicht van de kerstman. Dus, zo is de Kerstman, zoals wij deze kennen, ontstaan.
Maar het gaat mij niet op de historische ontwikkeling of het culturele ontstaan van de Kerstman. Nee, voor het eerst begreep ik de psychologie achter deze figuur. Misschien houd jij er een andere theorie op na, maar ik wil graag mijn eigen interpretatie met jullie delen. Kijk, volgens mij begrijp de wereld heel goed de ware betekenis van het Kerstgebeuren: er is Iemand heel buitengewoon, heel speciaal naar deze wereld gekomen om ons dit te brengen wat we nodig hebben. Om een beetje licht en blijdschap, en ook heel mooie cadeaus te brengen. Dat snapt de wereld heel goed. Bovendien is er in de wereld ook een grote behoefte aan, een hunkering naar zo-iemand.
Echt waar: wij mensen, in deze harde, aardse werkelijkheid, met al zijn teleurstellingen, en ook met de tekorten en de armoe die we vaak ervaren, hebben iemand nodig om wat blijdschap en vrolijkheid in ons leven te brengen. En we hebben er ook een behoefte aan om af en toe zomaar iets te ontvangen. Een cadeau. Iets waar je niet voor hoeft te sparen en je voor hoeft in te zetten. - (Bij Sinterklaas zit er nog een sterk wettische element in: kinderen die zoet zijn geweest en het een beetje verdienen, krijgen een cadeautje; maar degenen die stout zijn geweest, krijgen de roede. Bij de Kerstman speelt dat niet zo. Kinderen krijgen cadeau’s omdat de Kerstman een vriend is van kinderen – ze mogen best ook bij hem op schoot komen zitten. De enige voorwaarde is dat de kinderen moeten slapen wanneer hij langs komt. Maar als ze toevallig wakker zijn en hem betrappen wanneer hij door de schoorsteen klimt, is dat ook niet heel erg.)
Bovendien is de Kerstman heel erg kindvriendelijk (een vriend van kinderen), en brengt hij veel blijdschap en plezier. Er is in de wereld een grote behoefte aan, een hunkering naar iemand die komt en ons dit brengt waarin we ons als kinderen kunnen verheugen. Kortom: een behoefte aan het Kerstgebeuren. Maar: de wereld is niet echt blij met Jezus. Er is een weerstand tegen Hem. Precies wat Johannes schrijft: Het Woord was in de wereld, de wereld is door hem ontstaan en toch kende de wereld hem niet. Hij kwam naar wat van hem was, maar wie van hem waren hebben hem niet ontvangen. Vergeet niet: het was niet toevallig dat er voor Hem geen plaats in de herberg was! Dat was heel veelzeggend! - De wereld is niet echt blij met Jezus! En dit is volgens mij de functie, de betekenis van en de psychologische verklaring voor de Kerstman: Enerzijds hunkert de wereld (álle mensen!) naar dit wat Jezus voor ons heeft gebracht, En ze begrijpen ook heel goed waar het om gaat met Kerstfeest; Maar anderzijds willen ze Hem niet ontvangen. Om het kru te zeggen: ze willen dolgraag wat Hij heeft gebracht, Maar Hém willen ze niet!
Vandaar de Kerstman. Als een soort plaatsvervangende figuur voor Jezus. Maar wij… wij kennen Jezus! Wij hebben de Kerstman niet nodig. Hij… Hij, Jezus, heeft het voor ons gebracht!
Ons thema op deze eerste zondag van 2010 – en hiermee brengen wij het nieuwe jaar in het licht van Kerst: “Leven vanuit de overvloed die Jezus ons bracht.” Te midden van alle onzeker… ondanks teleurstellingen en tegenslagen… in een tijd van ziekte…. te midden van de economische crisis… ook wanneer het tegenzit… leven vanuit de overvloed die Jezus ons heeft gebracht.
Jezus zegt in Joh. 10: 10: Ik ben gekomen, opdat ze leven hebben, en overvloed.
En als er één ding is wat we doen: wij nemen Jezus serieus! Als Hij ons leven en overvloed belooft, dan stellen wij ons daarvoor open, en dan eigen we het ons toe, en we gaan erin staan, en we leven vanuit zijn overvloed! Wij hebben de Kerstman niet nodig, wij hebben Jezus!
Het is totaal onmogelijk om in deze ene dienst duidelijk te maken wat de volheid en overvloed inhoudt die Jezus ons bracht, maar ik wil er wel een begin mee maken. Bovendien is het mijn gebed dat een ieder van ons aan het eind van 2010 zal kunnen zeggen: “nu weet ik méér dan ooit wat de volheid van Jezus betekent, want ik heb het ervaren!”
Allereerst is het nodig om te weten om Wie het gaat. Paulus schrijft… nee, niet over de Kerstman, maar over Jézus: Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping… en Hij is vóór alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem; en Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente Dat wil zeggen: in Jezus is de rijkdom en overvloed van de hele schepping aanwezig (het ontbreekt Hem niet aan middelen! Alles wat we nodig hebben, daar heeft Hij beschikking over!) Bovendien: Hij is het hoofd van de Kerk, de gemeente. Hij is het hoofd van de Koningskerk – dus: ons welzijn gaat Hem ter harte! Wat we als gemeente ook nodig hebben, we mogen het Hem vragen.
Vraag het maar aan de Boss. De Directeur. De CEO. Vraagt het maar aan onze Hoofd – Hij heeft het wel; Hij weet er raad mee; Hij kan het oplossen! Een gemeente van Jezus Christus kan nooit arm en sukkelig zijn. (Ze kan het wel zijn, maar dan klopt er iets niet!) Nee, als gemeente leven vanuit de volheid die Jezus ons heeft gebracht.
Paulus schrijft verder:
Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken. (Statenvert: Want het is des Vaders welbehagen geweest, dat in Hem al de volheid wonen zou;
En in hoofdst. 2:
want in Hem woont al de volheid der godheid lichamelijk; En nu komt het: en u hebt de volheid verkregen in Hem, die het hoofd is van alle overheid en macht.
Wat betekent het? Het betekent heel eenvoudig: Jezus heeft alles wat we nodig hebben (niet: ook maar net… mondjesmaat… Nee, in overvloed)… En wij ontvangen het van Hem! Op de Bijbelstudie hebben we ons bezig gehouden met de vraag: wat houdt de volheid van Jezus in? Natuurlijk hebben we lang niet de ganse Volheid van Jezus onder woorden kunnen brengen – we zijn alleen maar tot 25 elementen gekomen. Ik wil het graag ten slotte met jullie delen (dit is de volheid en overvloed van waaruit we in2010 gaan leven!): En ik wil beklemtonen: deze zijn niet dingen die we nog van Hem moeten ontvangen, of waar we om moeten bidden, of die we in de gemeente of in ons eigen leven moeten ontwikkelen - nee, we hebben het rééds ontvangen; dit alles ís al in de Koningskerk aanwezig. We moeten het alleen niet in de weg staan of belemmeren.
Laat het maar uitkomen, laat het maar doorwerken! Of – in de geest van de Kerstman: we hoeven het alleen maar uit te pakken!
De Goddelijke volheid in Jezus
- Liefde - (God is liefde; Hij heeft zijn liefde in onze harten uitgestort!)
- Zorg - Als een Vader zorg God voor ons! Wij zorgen voor elkaar!
- Meelijden / mededogen
- Verdraagzaamheid - Aanvaard elkander en verdraagt elkander, zoals Christus...
- Geduld - een vrucht van de Geest; Jezus was zo ontzettend geduldig!
- Vergeving en vergevingsgezindheid – wij vergeven niet alleen; we zijn vergevend!
- Bescherming
- Vertrouwen
- Kindvriendelijkheid
- Het allesomvattende, onbegrijpelijk (mysterie!)
- Redding
- Almacht - Hij is de Heer der Here, Koning der Koningen; Scheppingsmiddelaar!
- Genade
- Oprechtheid
- Trouw
- Zachtmoedigheid
- De Heilige Geest - !!! (Ik laat jullie niet als wezen achter!)
- Altijd aanwezig, altijd luisterend
- Kracht tot zelfverloochening
- Geloof
- Woord (spreken)
- Licht
- Materiële zegeningen (‘ons dagelijks brood’ – in overvloed!)
- Hier wil ik even iets met jullie delen.
In het vorige KKN hebben we kunnen lezen dat we dit jaar met een financieel tekort afsluiten. Op grond hiervan heb ik me iets voorgenomen: ik wil niet behoren tot een gemeente die met een tekort zit. Het kan toch niet dat we preken over en we ontvangen zo een rijkdom en overvloed van God, maar de Kerk zelf zit met een tekort. Dat klopt niet! Dus: ik ben niet voornemens om naar een andere gemeente te gaan. Nee, ik heb me voorgenomen: ik ga absoluut financieel mijn deel doen! Mijn kerkelijk bijdrage is deel van mijn financièle planning voor 2010, want ik wil niet behoren tot een Kerk die het jaar met een tekort afsluit!
- Genezing
- De weg naar het Vaderhuis
En hieruit / uit deze overweldigende volheid en overvloed wil ik leven.
Midden/in de financièle crisis… in een tijd van teleurstelling… wanneer er tegenslagen komen… wanneer mensen me onheus bejegenen en slecht behandelen… in een tijd van ziekte; Kortom, wat dit jaar in deze wereld ook mag opleveren…
Ik ga in 2010 “Leven vanuit de volheid en overvloed die Jezus ons bracht”!!!
Amen



