Preken
Koningskerk 14 - 02 - 2010
door ds. L. Krüger
Niemand lijdt gebrek.
Schriftlezingen: Matt. 14: 13 t/m 20 - Hand. 4: 32 t/m 37
Als je de Kerk van Jezus Christus wilt begrijpen en veel meer nog als je deel bent van deze Kerk, is het heel belangrijk om te begrijpen wat het doel en de bedoeling van de Kerk is. Misschien is het zelfs nodig om jezelf af te vragen: is de Kerk überhaupt nog nodig? Duizenden, misschien zelfs miljoenen mensen zeggen: nee, hoor, de Kerk is niet echt nodig;
Of er een kerk is of niet, het maakt weinig uit. Wat het doel en de bedoeling van de Kerk in deze wereld? Voor wij bij deze vraag stilstaan, is het misschien goed om even na te gaan wat de wereld niét nodig heeft: de wereld heeft niet nóg meer mensen nodig die het allemaal heel erg vinden; die hun kleren scheuren en as op hun hoofd strooien (vgl. koning Asa van vorige zondag. Hij, die nota bene grotendeels zelf verantwoordelijk was voor de ellendige situatie in Samaria).Mensen die het probleem in de wereld heel erg vinden, maar zelf deel zijn van het probleem.
(Kom, we spreken vanmorgen af: of je bent deel van het probleem, of deel van de oplossing.)
- mensen die zich heel erg schuldig voelen over de situatie in de wereld (daar koop je niets voor)
- mensen die heel erg boos en opstandig zijn over het onrecht in de wereld, maar er zelf weinig of niets aan doen
- de wereld heeft echt geen behoefte aan verscheurdheid en verdeeldheid (daar zijn er al genoeg van!) Dus: de wereld zit echt niet te wachten op een kerk die voortdurend aan het ruziën is over wie nu het meeste gelijk heeft (ik sprak onlangs nog iemand die in een kerk hier in Rotterdam werkt – eigenlijk twee kerken, Hervormd en Gereformeerd van huis uit, die samen moeten gaan. Maar het gaat er niet zo best aan toe. Het is haat en nijd, felheid en strijd.
- de wereld zit niet te wachten op nóg meer graaiers en nóg meer zelfverrijking; mensen die alleen maar voor zichzelf bezig zijn. Daar is er ook al een overvloed aan.
- mensen die het te druk hebben voor God of de medemens
- mensen die niet kunnen delen. Als je de armoevraagstuk in de wereld gaat ontleden, zul je ontdekken dat het ten diepste veroorzaak wordt doordat mensen die heel veel hebben, het gewoon vertikt om beduidend met hen te delen die te weinig hebben. Er is genoeg in de wereld, genoeg voor iedereen. Maar helaas, 20% van de mensen zijn erin geslaagd om 80% van alle bezit en rijkdom en levensmiddelen en grondstoffen en drinkwater in bezit te krijgen. De 20% die overblijft, is gewoon niet toereikend voor de behoeften van die 80% “have not’s”
- Ten slotte: de wereld heeft absoluut geen behoefte meer aan mensen die práten over de problemen en het onrecht dat er bestaat. Praters zijn er genoeg. Méér dan genoeg. Als de Kerk alleen maar nóg een praatclub is (hoe vroom ook al), dan voegen we in waarde niets toe aan de wereld.
Om deze (vrij negatieve) inleiding over wat de Kerk niét moet zijn af te sluiten, wil ik eindigen door even stil te staan bij twee zeer opmerkelijke gedeelten in het Nieuwe Testament. Als je in de tijd van Jezus je in Jeruzalem bevindt, op het tempelplein, hoefde je niet de poort uit te lopen en naar de markt te gaan om daar voorbeelden van uitbuiting, materialisme, winstbejag en zelfverrijking te vinden. Nee, je kon het dáár, recht in het midden van het tempelplein, bínnen de muren van de tempel vinden. Trouwens, je vond er haast alléén maar materialisme, opportunisme, hebzucht en uitbuiting. Op een dag komt Jezus naar de tempel. En wat er op die dag gebeurt, is haast niet te geloven. Deze Jezus; deze liefdevolle man, die haast niets anders predikt dan liefde, verdraagzaamheid en zachtmoedigheid, vlecht voor zich een zweep van touw, en op de meest brute, hardhandige wijze die je je kunt voorstellen, gooit Hij de tafels van de geldwisselaars om, scheld Hij de duivenverkopers uit en jaagt Hij het vee dat er verhandeld wordt weg.
Ik geloof dat de monden van de discipelen open vielen. “Wat in vredesnaam is Hij nu aan het doen? Is dat nu een Christen die zo tekeer gaat? En waar is zijn boodschap van liefde en zachtmoedigheid nu?”
Maar kijk, Jezus deed het niet zomaar, omdat Hij een slechte nacht heeft gehad en met het verkeerde been uit bed was gestapt en zijn humeur niet al te best was. Nee, Hij trok een streep, en Hij zei: tot hier, en niet verder! Dit kan niet! En het ging niet alleen om het feit dat er in deze geheiligde, aan God toegewijde ruimte handel gedreven werd (dus, het ging niet alleen om de religieuze, cultische aspecten, het ging zeker ook om de manier waaróp. D.w.z. het ging ook om de economische aspecten als hebzucht en uitbuiting, daarom dat Jezus heel nadrukkelijk het woord “rovershol” gebruikt: en Hij zeide tot hen: Er staat geschreven: Mijn huis zal een bedehuis heten, maar gij maakt het tot een rovershol. Met dit woord “rovershol” levert Jezus een vernietigende kritiek op de handelspraktijken die ons ook in deze tijd niet vreemd zijn: een graaicultuur; woekerwinsten; uitbuiting; hebzucht en gewetenloze handelspraktijken.
Ik wil het graag openlijk en duidelijk zeggen: als de economische en zakenwereld, en zeker ook het bankwezen meer open hadden gestaan voor de Geest en de leiding van Jezus, dan hadden wij nu een kerngezonde economie!
Ten slotte nog het tweede, buitengewoon merkwaardige verhaal in dit verband (opnieuw kun je het haast niet geloven dat dit in het Nieuwe Testament staat): In het boek Handelingen wordt beschreven (en daar zullen we straks bij stilstaan) hoe de eerste gemeente alles gemeenschappelijk bezat. Als iemand veel had, ging hij of zij gewoon uit vrije wil, verkocht een of meerdere bezittingen, bracht het bij de apostelen, en deze zorgden dan dat iedereen genoeg heeft.
Vervolgens lezen wij het volgende schokkende verhaal (Hand. 5): Een zekere Ananias (ik denk dat we er van moeten uitgaan dat het niet een wedergeboren lid van de gemeente was) verkocht samen met zijn vrouw Saffira eveneens een stuk grond, maar hield een deel van de opbrengst achter – ook zijn vrouw wist daarvan en bracht de rest van het geld naar de apostelen. Maar Petrus zei: ‘Ananias, waarom heb je je door Satan laten misleiden en heb je de heilige Geest bedrogen door een deel van de opbrengst van het stuk grond achter te houden? Je had het immers niet hoeven te verkopen, en nu je het wel verkocht hebt, had je met de opbrengst toch kunnen doen wat je wilde? Wat heeft je bezield om je zo te gedragen? Niet de mensen heb je bedrogen, maar God zelf.’ Bij het horen van deze woorden viel Ananias neer en stierf.
Opnieuw zeg je: onvoorstelbaar! Hoe is het toch mogelijk? (In de moderne theologie hebben ze er heel veel moeite mee om over dit gedeelte te preken.) Hoe is het mogelijk dat in het Niéuwe Testament, onder de genade, wanneer Jezus gestorven is voor al onze ongerechtigheid, en opgestaan is en het kwade definitief verslagen heeft, dat zo-iets nog kan gebeuren? (het hoort veel beter thuis in het Oude Testament).
Volgens mij is hier hetzelfde aan de hand als bij den tempelreiniging: God trekt op duidelijke, keiharde wijze een streep en zegt: tot hier en niet verder! Dit laat Ik gewoon voor geen enkel moment toe! (Het opmerkelijke is dat het alleen deze één keer gebeurt, en dan niet meer). Ook hetzelfde beginsel speelt hier als bij de tempelreiniging: het gaat om hebzucht en bedrog (twee zaken die zo kenmerkend zijn van de “wereldse” economie en handel), die dreigen om de kerk binnen te sluipen. Op een heel subtiele wijze probeert Satan de Kerk van Jezus Christus te corrumperen. Satan probeert hier om de economie van Gods Koninkrijk te besmetten, opdat de Kerk net als de wereld moet worden. En God zegt op een duidelijke, niet mis te verstane wijze: “Nee! Dat gebeurt niet! Dat zal ik nooit toelaten!”
Dat waren wat negatieve zaken die ik even wilde belichten, opdat we zoveel te beter de kern zullen begrijpen van waar het vanmorgen om gaat. Ongeveer 2000 jaar geleden – toen de wereld er even zo onzeker, corrupt en oneerlijk uitzag als nu: een klein groepje mensen komen bij elkaar voor wat het begin zou zijn van dé grootste, meest succesvolle, rijkste en krachtigste beweging die ooit in de geschiedenis is ontstaan: het Christendom. Tegenover het bestaande orde, beginnen zij aan een nieuw Rijk, een nieuwe wereld, een nieuwe wereldorde. De bestaande orde kunnen we noemen “de wereld” of het “wereldse rijk”. Deze nieuwe beweging, Kerk van Jezus Christus, kunnen we noemen: “het Koninkrijk van God”. In Hand. 2 krijgen we al een beeld van de beginselen waarop dit Koninkrijk van God, dat de Kerk is, berust. Onvoorstelbaar eenvoudig. Kinderlijk eenvoudig.
Wij lezen: De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten, vervulden iedereen met ontzag. Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde.
Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk. De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.
Ik heb aan het begin gezegd: de wereld heeft geen behoefte aan nóg meer van hetzelfde mensen die praten, die ruzie maken, die zichzelf verrijken. Maar hiér heeft de wereld behoefte aan!
Ze zijn zo totaal anders, deze mensen!
- er gebeuren wonderen
- ze waren harmonieus, liefdevol, eensgezind
- ze zorgden voor elkaar; iedereen had genoeg; ze hadden alles gemeenschappelijk
- ze leefden eenvoudig, doch vrolijk en gelukkig
- ze loofden en prezen God!
En dat was het. Maar juist door deze eenvoud en door deze beginselen boden ze een grootse en machtige alternatief voor de corruptheid en oneerlijkheid van deze wereld. Om de waarheid te zeggen: hun eenvoud en hun beginselen is het antwoord op de wantoestanden, de uitbuiting, de ellende, honger, armoe, strijd en oorlog in de wereld. Zij hadden het antwoord. Dit is het antwoord! In deze dienst, Love Revolution, wil ik vooral stilstaan bij dit ene aspect:
Tegenover de beschamende situatie in de wereld dat 20% van de wereldbevolking 80% van de middelen en rijkdom zich wisten toe te eigenen, En dat het inkomen van deze bevoorrechte groep gemiddeld 77 x is dan van de armen;
en dat 1 miljard mensen van $1-00 per dag moeten zien rond te komen, en 2 miljard met $2-00, en er gemiddeld 80 000 mensen per maand aan honger, verwaarlozing en gebrek aan goede medische zorg sterven, mogen deze mensen, deze volgelingen van Jezus van Nazareth, met kracht, overtuiging en met opgeheven hoofd verklaren: “Bij ons lijdt niemand gebrek!” (Wat zou het toch onvoorstelbaar mooi geweest zijn als wij mensen in de hele wereld binnen een jaar kunnen verklaren: “Hier op aarde lijdt niemand gebrek!”
Het geheim van deze Christenen van Gods Koninkrijk ligt in iets heel eenvoudigs. Het ligt namelijk in de kijk die ze hebben op materieel bezit: Geen van hen beschouwde zijn bezittingen als zijn persoonlijk eigendom want ze hadden alles gemeenschappelijk.
Voor hen waren geld en materiële bezittingen niet middelen om rijk te worden en méér te vergaderen; nee, het waren alleen maar middelen om mee te zorgen dat niemand gebrek lijdt. Want dat staat er vervolgens letterlijk: “Niemand onder hen leed enig gebrek…” Dat is nu juist het opmerkelijke: ze werden niet allemaal arm (zoals vele ideologische kapitalisten zullen voorspellen, en zoals wij misschien ook heimelijk zullen vrezen); nee, er werd juist niémand arm! Denk niet dat ze thuis gingen zitten niets doen, en dat ze allemaal overgingen op een uitkering. Ze bleven woekeren met hun talenten. Ze gingen niet verarmen, ze werden juist welvarender! Men beschouwde zijn bezittingen niet als ‘eigen’, maar als gaven van God waarmee men de gemeenschap moest dienen. Het ‘gemeenschappelijk’ zijn van ‘alle dingen’ ging echter wel zover, dat men langzamerhand alle bezittingen die niet voor direct gebruik noodzakelijk waren, verkocht om de opbrengst door de apostelen te laten verdelen.
Dit beginsel van “niemand lijdt gebrek” is in het Oude Testament aanwezig, én in het Nieuwe Testament. Trouwens, het is een van de kern-beginselen in het koninkrijk van God, en dus ook in de Kerk!
Ten slotte twee korte voorbeelden: Exodus 16: Mozes zei tegen hen: ‘Dat is het brood dat de HEER u te eten geeft.
De HEER heeft bepaald dat ieder ervan kan verzamelen wat hij nodig heeft. Iedereen mag er één omer van nemen voor elke persoon die bij hem in de tent woont.’ De Israëlieten deden dat. De een verzamelde veel, de ander weinig.
Toen ze het namaten, hadden zij die veel verzameld hadden niet meer dan een omer en zij die weinig verzameld hadden niet minder, terwijl toch iedereen zo veel had genomen als hij nodig had.
God zorgde ervoor dat iedereen genoeg had. Niemand leed gebrek! het beginsel van Gods Koninkrijk!
Dan het Nieuwe Testament – Matt. 14: Dagen lang hebben de mensen Jezus gevolgd. Nu ontstaat er gebrek; ze hebben honger. De discipelen zeggen: Stuur de mensen weg Jezus zegt: ‘Ze hoeven niet weg, geven jullie hun maar te eten.’ De discipelen zeggen: ‘We hebben hier niets…, Jezus vraagt: wat hebben jullie wel? De discipelen zeggen: alleen vijf broden en twee vissen. Jezus zegt: ‘Breng ze mij.’ En nadat Hij de mensen opdracht had gegeven op het gras te gaan zitten, nam Hij de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit en brak de broden; Hij gaf ze aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze door aan de mensen.
En niemand lijdt gebrek. Integendeel: er blijft over. En heel nadrukkelijk zegt Jezus: ‘Verzamel nu de overgebleven stukken brood, zodat er niets verloren gaat.” geen verspilling in het Koninkrijk van God!
Dit is de krachtige boodschap die wij als volgelingen van Jezus hebben, en dit is waar we ons voor inzetten: “Er is genoeg voor iedereen! Niemand lijdt gebrek!”
Amen



