Online luisteren

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

In order to view this object you need Flash Player 9+ support!

Get Adobe Flash player

Preken

KONINGSKERK 23 - 08 - 2009

door ds. L. Krüger

Schriftlezing: Ex. 28: 6 - 21 (NBV)

De boodschap die ik vanmorgen met jullie wil delen, is een voortzetting van twee vorige preken.

Een tijd geleden had ik een korte serie preken: “Waar ben ik vol van?...”

  1. vol van mezelf?
  2. Vol van andere mensen?
  3. Vol van kommer en zorgen?

Als antwoord op de vraag: “Ben ik soms vol kommer en zorgen?” wil ik opnieuw stilstaan bij: Gods onvoorstelbaar liefdevolle zorg voor mij, zijn kind.

En ik wil het doen als een vervolg op de preek: over het priesterkleed: “als een edelsteen voor Gods aangezicht”.
In die preek heb ik even stilgestaan bij de 12 jongens van Jakob – mensen die je echt niet als buren wil hebben (dan veel liever de Tokkies).

Er was nogal wat mis in het gezin Jacobs. Ook op seksueel gebied.
De oudste jongen, Ruben, werd om die reden onterfd - hij heeft namelijk met de vrouw van

 

zijn vader geslapen. (Gen. 35: 22)
Ook bij Juda, nota bene de hoofderfgenaam en uitverkoren stamvader, kwam hoerenloperij, bloedschande en schrijnende schijnheiligheid op latere leeftijd om de hoek kijken. (Gen. 38)
Dochter Dina is slachtoffer van een verkrachting geworden, en als gevolg hiervan hebben haar heethoofd broers Simeon en Levi zich schuldig gemaakt aan een geweldsmisdrijf: uit wraak op wat hun zuster is aangedaan hebben ze een klein gehuchtje uitgemoord. (Gen. 34 )

En waar ze allemaal schuldig aan waren: ze hebben hun broer Jozef aan vreemden verkocht, nadat ze hem eerst wilden doden.
- Geen lieverdjes, die Jacobsjongens.

Maar het onvoorstelbare is: wanneer God Mozes opdracht geeft om de kleed van de hogepriester, Aäron, te ontwerpen, moeten er hier op de schouderstukken twee edelstenen (onyxstenen) komen, met daarin gegraveerd de namen van de 12 jongens van Jakob!

Dus, wanneer de hogepriester het heiligdom (dat allerheiligst gedeelte van de tabernakel, en later de tempel) binnen kwam, en God keek van boven op hem neer, dan is het eerste wat Hij ziet, de namen van deze zonen van Jakob. Niet alleen de naam van de voorbeeldige Jozef, en
misschien ook van Benjamin en een of twee van de “netter” zonen – nee, alle twaalf namen staan er!
En God kijkt met liefde, en ontroering en genegenheid en zorg naar een ieder van deze namen. - En God zegt tegen Zichzelf: “Deze jongens zal ik nooit vergeten en nóóit in de steek laten – ze zij mijn geliefden, Ik heb voor hen gekozen!”
Maar voor God was dat nog niet genoeg: Hij wist dat er ook een moment zou komen dat Hij niet van boven, maar van aangezicht tot aangezicht naar de hogepriester zou kijken
(je kunt ook zeggen: God hield ook rekening met het perspectief vanaf de Ark van het Verbond – de ruimte waar de verzoening plaats vond).
Daarom beveelt Hij Mozes om voor de voorkant, op de borst van de hogepriester, een borsttas te maken – en op de borsttas twaalf edelstenen met afzonderlijk de naam van een ieder van de jongens van Jakob in zijn eigen steen gegraveerd.

Zo denkt God over zijn kinderen: ze zijn voor Hem edelstenen voor zijn aangezicht. Kostbaar en mooi!
- dit is ook de gedachte die ik aan jullie twee die belijdenis doen, Roel en Ilse, wil meegeven; en eveneens voor David: dat je kostbaar en belangrijk bent voor God!

Als voortzetting van deze gedachten: God draagt mijn belangen op het hart.
Ik ben niet bezorgd, want God zorgt voor mij.
Ik ben niet vol kommer en zorgen; nee, ik ben vol van Gods liefde en zorg voor mij;
Daar vertrouw ik op, en daar bouw ik op.

Aan het priesterkleed is er iets heel merkwaardigs:
in de borstzak van de hogepriester zaten er namelijk twee stenen – twee orakelstenen: de Urim en de Tummim.
Het zijn als het ware de twee stenen die de lotgevallen van het volk Israël bepaalde.

Wanneer het volk Israël in het nauw kwam; wanneer het volk Israël in de problemen zat;

 

wanneer het volk Israël het niet meer zag zitten, dan moesten deze twee orakelstenen geraadpleegd worden, en dan sprak God tot hen en wees Hij hen de weg aan.

“Urim”: = “lichten” (je zou kunnen zeggen: Israëls weg, toekomst en lotgevallen wordt door het licht bepaald, en niet door de duisternis)
“Tummim”: = “volmaaktheid” (Gods raad en zijn bestuur zijn volmaakt)

Deze twee orakelstenen, de Urim en de Tummim, vertegenwoordigden dus de lotgevallen en de toekomst van het volk.
En het aangrijpende nu is: de hogepriester moest deze twee stenen heel dicht bij zijn hart dragen!:
En gij zult in het borstschild der beslissing de Urim en de Tummim leggen;
zij zullen op het hart van Aäron zijn, wanneer hij
voor het aangezicht des HEREN komt,
en Aäron zal de beslissing voor de Israëlieten voortdurend op zijn hart dragen,
voor het aangezicht des HEREN.

Wat een aangrijpende gedachte: God geeft zijn hogepriester de opdracht om de belangen van zijn volk op het hart te dragen, en deze belangen voortdurend in zijn tegenwoordigheid te brengen!
En als Christen word ik hier absoluut door overweldigd: ik weet dat mijn Hogepriester, mijn eeuwige Hogepriester volgens de orde van Melgisedek, Jezus Christus, mijn Heer en Verlosser, dat Hij voortdurend voor het aangezicht van God staat;
Hij draagt mijn belangen heel dicht bij zijn hart, en Hij legt mijn belangen aan God de Vader voor.

De boodschap van vanmorgen: ik ben niet vol van kommer en zorgen, ik ben vol vertrouwen op God, want Hij zorgt voor mij!

De Bijbel staat vol beloften dat God voor ons zorgt:[Beamer 5]
Mijn plan met jullie staat vast – spreekt de HEER.
Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk:
ik zal je een hoopvolle toekomst geven.
Jullie zullen mij aanroepen en tot mij bidden, en ik zal naar jullie luisteren.
- Jer. 29: 11 & 12

Omdat hij Mij zeer bemint, zal Ik hem bevrijden;
Ik zal hem beschutten, omdat hij mijn naam kent.
Roept hij Mij aan, Ik zal hem antwoorden;
Ik zal in de benauwdheid bij hem zijn,
Ik zal hem uitredden en tot ere brengen.
Met lengte van dagen zal Ik hem verzadigen,
en Ik zal hem mijn heil doen zien. - Ps. 91: 14 - 16

Vraag je dus niet bezorgd af: “Wat zullen we eten?” of: “Wat zullen we drinken?”
of: “Waarmee zullen we ons kleden?”

dat zijn allemaal dingen die de heidenen najagen.
Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben.
Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die
andere dingen je erbij gegeven worden. - Matt. 6: 31 – 33

Vraag en er zal je gegeven worden,
zoek en je zult vinden,
klop en er zal voor je worden opengedaan. - Matt. 7: 7:


Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken,
hoeveel te meer zal jullie Vader in de hemel dan het goede geven
aan wie hem daarom vragen. - Matt. 7 : 11

- [Beamer 9]
Wij weten nu, dat God] alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die
God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn. - Rom 8: 28
- (De Urim en de Tummim: je zou God haast van vals spel kunnen beschuldigen;
Wanneer het gaat om zijn edelstenen, zijn geliefde kinderen, mag je weten: Hij heeft de stenen “geladen”: Hij zorgt dat ze altijd goed vallen!
Maar het gaat erom dat je je door God laat leiden! – Allen, die door de Geest geleid wordt, zijn kinderen van God)
Ten slotte de aangrijpende uitspraak van Paulus:
Wat moeten wij hier verder over zeggen?
Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn?
Zal hij, die zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar hem omwille van ons
allen heeft prijsgegeven, ons met hem niet alles schenken? - Rom. 8: 31

Anders gezegd: als ik voor God zo kostbaar en zo belangrijk bent – als een edelsteen -, en als God zelf heeft bepaald dat Jezus, zijn geliefde Zoon en onze Hogepriester, mijn belangen op het hart draagt en voortdurend en voortdurend in zijn aanwezigheid brengt;
En als ik weet dat mijn toekomst en mijn lotgevallen als het ware door de twee stenen – Urim en Tummim / “lichten” en “volmaaktheid” bepaald worden, en dat God bovendien altijd zorgt dat zeze stenen voor mijn goed vallen,
Dan hoef ik mij toch geen zorgen te maken!
Dan leef ik vol vertrouwen!

En dit is wat ons als Christenen, kinderen van God, Koninkrijksmensen zo geheel anders maakt dan de mensen van de wereld.
Afgelopen vakantie zijn Quelene en ik twee weken naar Portugal geweest. Wat een heerlijke vakantie!
Bovendien heb ik een heel bijzondere ervaring gehad: ik heb namelijk ook de Mexicaanse griep opgedaan. Geweldig! (alleen jammer voor mijn vrouw: ik heb haar ook aangestoken, en ik denk dat zij het iets minder geweldig ervoer dan ik.)
Ik was een dag of twee ziek – het was onmiskenbaar griep – toen ik me opeens realiseerde dat het dé griep was. De Mexicaanse griep. Alle symptomen klopten.
En ik vroeg mezelf af: hé, is dit het nu? Is dit nu alles? - Al de vermoedens die ik van

 

tevoren al had, werden bevestigd: het hele gebeuren rond de zg. Mexicaanse griep is een grote hype!
Maar het grappige is: de hele wereld is totaal in paniek. Over een doodgewone griep.
En nu zeggen ze: ja, maar het is heel erg aanstekelijk! (heb u ook al die grappige mensen gezien met zo een kapje over de mond? Het deed me denken aan die verschrikkelijke pandemie vogelgriep, waarin… hoeveel waren het er nu weer? Duizend, tweeduizend mensen overleden?)
Ze zeggen: het is erg aanstekelijk. Wel, de meeste griepen die ik ken zijn aanstekelijk. En een verkoudheid is ook aanstekelijk.
Máár, zeggen ze, er gaan mensen dood aan deze griep…
Wel, er gaan mensen dood aan íédere griep van het afgelopen vijftig á honderd jaar.
Gaan we nu ieder jaar ditzelfde verhaal krijgen?
Moeten wij ons niet soms afvragen of het niet soms een grote geldklopperij is?

Behalve de doorzichtige en schaamteloze geldklopperij, zit er ook iets heel triest achter dit alles.
Een keer trok Jezus door Galilea en Hij preekte en genas de mensen, en dan lezen wij deze aangrijpende, maar ook ontroerende woorden:
Toen Hij de scharen zag, werd Hij met ontferming over hen bewogen,
daar zij voortgejaagd en afgemat waren, als schapen die geen herder hebben.
- Matt. 9: 36
Dat is het trieste: de mensen van de wereld – zij, die zich niet bewust zijn, of bewust willen zijn, van hoe kostbaar wij in Gods oen zijn, en die geen houvast hebben en niet weten dat God
in zijn grote liefde en barmhartigheid voor hen wil zorgen, ze zijn zo ontzettend bang, angstig, opgejaagd. En het hoeft maar een griepje en een artikel of twee in de krant te zijn (en o, de farmaceutische bedrijven, en de politici weten het maar al te goed), en ze zijn totaal in paniek.

En o wee, ze zijn als de dood voor de dood.
Voor ons, Christenen, is de dood gewoon een doorgang naar het Vaderhuis, naar de eeuwige heerlijkheid, maar voor vele ongelovigen is de dood een verschrikking.
Voor mezelf: als ik behoorlijk oud ben, vóór ik begin te kwijlen en wat rare taal uitslaat en ik de hele dag voor me uit zit te staren in de een of andere verzorgingshuis en de zuster om de zoveel uur mijn luier moet komen verschonen, zou ik best door de griep het tijdelijke met het eeuwige willen verwisselen. Vind ik helemaal niet erg.

Herman Finkers heeft onlangs een heel treffende opmerking gemaakt: “de Mexicaanse griep is populairder dan de opstanding van Jezus.”
Vele mensen (helaas waarschijnlijk ook in de kerk) zijn zich niet bewust van de kracht van de opstanding van Jezus.
Ze zijn zich niet bewust van de genezende kracht van Jezus, of ze geloven er gewoon niet in.

Ik geloof meer in de genezende kracht van Jezus, en in de kracht van zijn opstanding, dan in een bedrogmiddel als Tamiflu (iedereen weet dat griep niet te genezen is).

Maak je maar geen zorgen: ik kom niet uit Staphorst, en ja, ik ben inge-ent tegen de pokken.
En ik heb waardering voor de medische wetenschap
Maar ik laat me echt niet gek maken door de gekte die in deze wereld; en ik laat me niet

 

Uitbuiten door een farmaceutische industrie die alleen maar op geld uit is,
En als Christen doe ik niet mee aan de schrijnende oneerlijkheid van deze wereld.
Er is maar één griep die er een beetje gevaarlijk en bedreigend uitziet, en het hele rijke Westen kan er maar niet genoeg miljoenen tegenaan gooien – maakt niet uit wat het kost, wij willen beschermd worden!
En tezelfdertijd worden de armen aan hun lot overgelaten.
Er sterven 30 000 kinderen per dag aan armoe en gebrek aan medische zorg.
Maar het raakt ons niet. Of liever: er is geen geld!
(Een aantal jaren geleden was er een tsunami. 210 000 doden. Verschrikkelijk.)
Maar wist u dat een “tsunami” iedere 3 maanden de armen treft? - iedere 3 maanden sterven er evenveel armen wereldwijd dan dat er mensen in de tsunami zijn omgekomen.

De Urim en de Tummim. De hogepriester moest deze twee orakelstenen dragen in een rijklik versierde borsttas – 12 edelstenen, voor een ieder van de zonen van Jakob;
Op de borsttas van onze Hogepriester Jezus zit ook míjn edelsteen.
Hij moest deze stenen heel dicht bij zijn hart dragen, want God draagt mijn belangen op het hart.
Hij zorgt voor mij! Daarom hoef ik niet bang er krampachtig het leven.

Hij zorgt voor mij – daarom heb ik mijn handen vrij, en mag ik ook beginnen om voor ánderen te zorgen: voor hen die eenvoudig, arm, kwetsbaar en vergeten zijn.
Amen

 

Gebed voor David Noah:

Ik zegenen je ogen. Dat ze mogen zien:
het groen van de lente en de sterren in de nacht.
Dat ze mogen opengaan en het goede zien in elke mens;
en bovenal de goedheid en liefde van God, en zijn grote daden in jou leven.

Ik zegen je oren. Dat ze mogen genieten van muziek
en luisteren naar de golfslag van de zee.
Dat het lied van de vogels in je oren mag klinken
en dat je er veel lieve woorden mee mag horen,

en bovenal de stem van de goede Herder.

Ik zegen je mond. Voor een lach en een zoen.
Voor elk goed woord waar een ander op wacht,
en bovenal voor het doorvertellen van de blijde boodschap.

Ik zegen je handen. Voor zachtheid en tederheid,
opdat ze zich uitstrekken naar de mensen die je ontmoet,
en bovenal om te gebruiken in zijn dienst.

Ik zegen je voeten. Opdat ze wegen gaan van gerechtigheid
en van zorg voor mensen,

En bovenal om te gaan op de weg die Hij jou wijst.

Amen

Jaartekst: 2 Korinthe 5:17

pkn_logo

               "Als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden."

Leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig   

         van hart.