Preken

KONINGSKERK – 21 – 06 – 2009

door ds. L. Krüger

Schriftlezing: Matt. 25: 14 – 21 (NBV)

Ik wil je iets voorstellen: ga vanavond (het mag ook op een andere keer, maar bij voorkeur wanneer je alleen bent) op je bed liggen. Op je rug. Sluit je ogen en vouw je handen op je borst. En dan – heel dramatisch! – stel je je voor dat je op je sterfbed ligt.

Je leven is voorbij. Je gaat nog voor de nieuwe dag aanbreekt, sterven. Vervolgens kijk je terug over je leven. Je gaat je leven evalueren. Wat heb ik van mijn leven gemaakt? Wat waren mijn mogelijkheden en talenten? En wat is ervan terecht gekomen.

Ik wil je iets garanderen: terwijl je zo op je “sterfbed” ligt, ga je vast niet terugdenken aan de vele leuke uren die je voor de televisie hebt doorgebracht.

“Tjonge, wat was die Paul de Leeuw toch geinig! Wat ben ik blij dat ik geen van zijn afleveringen heb gemist! En gelukkig, de uitzendingen die ik wél heb gemist, kon ik terugzien op www.uitzendinggemist.

En ik betwijfel ook of je bij jezelf gaat zeggen: “Goede tijden, slechte tijden…” – een schitterende serie was het! Wat is er toch van al die karakters geworden?

Eveneens ga je je niet afvragen of Feyenoord ooit weer landskampioen gaat worden.

En ik betwijfel heel sterk of je op je sterfbed met groot genoegen gaat liggen denken aan de zes cijfers op je bankbalans (hopelijk zes zwarte cijfers!).

- Het is een goed idee je eens in de zoveel tijd voor te stellen dat je op je sterfbed ligt, en

jezelf af te vragen wat er van je leven terecht is gekomen…

Nee, zo moet ik het juist niét formuleren.

De vraag is niet wat er van je leven terecht is gekomen, maar wat je ervan hebt gemáákt.

Wij leven in een samenleving waar gesuggereerd wordt dat voorspoed, welvaart en prestatie je in de schoot vallen. Of hóren te vallen. En als dat niet gebeurt, zijn we heel verontwaardigd.

De waarheid echter is: het leven schuld je niets. Niets valt er zomaar in de schoot. Je hebt niet recht op allerlei dingen.

Nee, je krijgt in dit leven niet réchten, maar kánsen.

Dingen vallen je niet in de schoot, maar er komen wel gelegenheden langs.

Gelegenheden die je met beide handen kunt aangrijpen en kunt benutten door je talenten te gebruiken.

Maar dat gedeelte over je talenten benutten, dat vertelt de wereld je niet.

Integendeel: terwijl ik met de voorbereiding op deze preek bezig was, ben ik weer tot de schokkende ontdekking gekomen: satan – en samen met hem een leger van mensen in deze wereld – zal er alles aan doen om te zorgen dat jij je talenten verwaarloost.

De televisiemakers hebben er alles voor over dat je 3 uur…. Vijf uur… tien uur… nee, het liefst nog 20 uur per dag voor de buis hangt.

De vervaardigers van spelletjes… de makers van websites…. het filmwezen… de grote voetbalclubs - voortduren trekken ze aan je om je tijd en aandacht aan hén te geven.

Je hoeft zelf absoluut niets te doen.

In de gelijkenis die Jezus vertelt, zullen we een man tegenkomen die zijn talent begraaft.

Hij graaft voor hem een gat en stopt zijn talent in de grond.

Voor degenen die hun talenten evenals deze man willen begraven heb ik vanmorgen goed nieuws: je hoeft je talent tegenwoordig niet zelf te begraven. Zelfs die moeite hoef je niet te doen – de wereld doet het voor je!

Het liefst zien ze je zappend voor de televisie, pilsje in de hand, bakken chips en pinda’s om je heen, of met glazige, vierkante ogen voor je computer…

Kijk, in deze wereld worden we vaak aangemoedigd. Maar we worden niet aangemoedigd om onze talenten te ontwikkelen.

Nee, er zit een scharen mensen om ons, die ons aanmoedigen om te con-su-me-ren!

Een van de treffendste uitspraken over de economische crises: jaren lang werden we verteld dat we consumenten zijn (vooral rond Kerst), opeens hebben we ontdekt: we wórden geconsumeerd!

Wij Koninkrijksmensen zijn ánders. Wij leven vanuit een ándere bron – onze bron kent geen economische crisis!

Afgelopen week ontving ik een keurige brief van de Koningskerk.

Het gaat om de financiën; in deze brief kreeg ik de uitnodiging, het voorrecht om bij te dragen aan Koninkrijksfinanciën.

Allereerst onze grote waardering voor de college Kerkrentmeesters. - Maar ook wil ik een

uitdaging richten aan iedereen in de Koningskerk:

wij gaan in dit jaar van economische crisis méér bijdragen dan in voorafgaande jaren!

Ten minste, dat is mijn persoonlijk voornemen. - God zegent mij op onvoorstelbare wijze juist in deze economische moeilijke tijden; aan Hem wil ik de dankoffers brengen!

God zegent ons, Koninkrijksmensen, (óók, júíst, voorál in de economische crisis), om anderen tot een zegen te zijn.

Maar weer terug naar de kwestie van talenten:

Mag ik het nog één keer zeggen?: satan zelf, en de wereld samen met hem, zal alles in zijn vermogen doen om ons onze talenten te laten verwaarlozen.

Je hoef je talent niet te zelf begraven – de wereld doet het voor je: de televisie, internet, sport, consumptie.

Maar in het Koninkrijk van God zijn je talenten belangrijk.

Het zijn juist de dingen die je leven zin geven en tot een feest maken.

Wanneer Jezus over het Koninkrijk van God preekt, hoor je zomaar aan zijn woordkeus, zijn manier van praten, de uitspraken die Hij doet, dat het Hem om een ontzettend belangrijke zaak gaat.

Hij doet heel heftige, soms haast schokkende uitspraken.

(Opmerkelijk: wat voor Jezus belangrijk is… nou, daar maken wij er vaak niet zoveel drukte om. Maar nee, zo willen wij het niet in de Koningskerk doen. Zijn prioriteiten zijn ook onze

prioriteiten! Als Jezus kinderen belangrijk vindt, vinden wij ze ook belangrijk. Als Hij talenten belangrijk vindt, zo ook wij.)

Jezus vertelt nóg een verhaal over het Koninkrijk. - Het gaat om talenten.

Hij vertelt over een man die vijf talenten van zijn heer en meester ontvangt.

Wat doet hij? – hij vindt het geweldig! Het is voor hem een uitdaging, een avontuur. Hij verdient er nog tien talenten bij.

En zijn leven is een groot feest:

Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar.

Omdat je betrouwbaar bent gebleken in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over

veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.”

De tweede dienaar ontvangt twee talenten, en de derde alleen maar één.

Nu zijn we in deze samenleving al geconditioneerd om onmiddellijk als met één stem vol verontwaardiging te roepen: dat is niet eerlijk!

En de rest van het verhaal interesseert ons niet meer, want wij hebben een reden gekregen om over te zeuren; wij hebben een goed excuus gevonden waarmee we onszelf kunnen vrijpraten:

Het is niet eerlijk wanneer de een vijf, de ander twee en nóg een ander alleen maar één talent ontvangt!

Dat zeggen ze in de wereld.

Maar in het koninkrijk van God zit het anders.

In het Koninkrijk van God (en dat is de kerk ook) is het niet belangrijk hoeveel talenten je ontvangt, maar wat je ermee doet!

Een persoon die maar één talent ontvangt en er enthousiast aan de slag mee gaat, staat in het

Koninkrijk van God veel hoger aangeschreven als iemand die tien talenten heeft en deze talenten verwaarlozen, of ze alleen maar voor zijn eigen zelfzuchtige doeleinden aanwendt.

Op de luchthaven in Johannesburg is er één ding dat iedere keer weer een grote indruk op mij maakt: op deze luchthaven bevinden zich namelijk de beste, de vriendelijkste en de meest toegewijde toilet schoonmakers en –bedienden in de wereld.

Wanneer je binnen komt is het kraakschoon en fris. Je wordt op de allervriendelijkste en allerhartelijkste wijze begroet.

Als ze merken dat je je handen wilt wassen, gaan ze galant voor je uit, openen de kraan voor je, scheuren een stuk papierenhanddoek af en bieden deze je aan.

Deze mensen hebben een van de geringste taken ter wereld, maar ze doen het met een toewijding die menig ambtenaar en menig ondernemer zal beschamen.

Ze hebben maar een talent, deze schoonmakers, maar ze maken er vijf van!

Het is in het Koninkrijk van God niet belangrijk hoeveel talenten je hebt ontvangen, maar wat je ermee doet!

Nu heb ik wel één stukje teleurstellend nieuws voor sommige mensen: kritiek leveren geldt in het Koninkrijk van God niet als een talent, maar als een handicap.

Er zijn mensen, ze hebben weinig andere talenten, maar in één ding blinken ze uit: kritiseren.

Ze kunnen je als geen ander vertellen wat er allemaal fout is, wat er scheelt en wat beter kan.

Dat is hun specialiteit, hun talent. -

Nee, hoor, in het Koninkrijk is dat geen talent, het is een handicap – een handicap waar je zo

snel mogelijk vanaf moet zien te komen.

Aan de derde persoon heeft de heer alleen maar één talent toevertrouwd.

Maar deze had er geen zin in. Zelfs één talent was hem al te veel.

Hij was de man van de excuses. De man van de negativiteit. De een die het probleem altijd elders zocht.

(Trouwens, hij is ook de enige in het verhaal wiens leven geen feest werd. Hij had geen vreugde, en hij bracht zijn heer ook geen vreugde.)

Natuurlijk lag het probleem niet bij hem, maar bij zijn heer:

“Heer, ik wist van u dat u streng bent, dat u maait waar u niet hebt gezaaid en oogst waar u niet hebt geplant, en uit angst besloot ik uw talent te begraven; alstublieft, hier hebt u het terug.” Zijn heer antwoordde hem: “Je bent een slechte, laffe dienaar. Je wist dus dat ik maai waar ik niet heb gezaaid en oogst waar ik niet heb geplant? Had mijn geld dan bij de bank in bewaring gegeven, dan zou ik bij terugkomst mijn kapitaal met rente hebben terugontvangen. Pak hem dat talent maar af en geef het aan degene die er tien heeft. 29 Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen.

Ten slotte wil ik je een verhaal lezen over iemand die haar talenten wél naar waarde schat, en ze ruimschoots gebruiken.

Ze staat bekend als “de deugzame huisvrouw” (Statenvertaling), “de degelijke huisvrouw” (NBG), “de goede vrouw” (GNB) of ook: “de sterke vrouw” (NBG)

Ikzelf noem haar “de vrouw” – de vrouw zoals ze door God geschapen en bedoeld is.

Over haar lezen wij in Spr. 31. - Maar helaas, niet iedereen houdt van deze vrouw. Vele andere vrouwen zijn afgunstig op haar.

In haar boek The confident woman (De evenwichtige, zelfverzekerde vrouw) schrijft de bekende Amerikaanse prediker Joyce Meyer onder de veelzeggende opschrift ‘The woman that I did not like’/ ‘De vrouw die ik niet leuk vond’

het volgende over de vrouw in Spreuken 31: ‘Wie kan meedingen met de vrouw die in Spreuken 31 beschreven wordt? Deze vrouw kan alles: ze is een geweldige echtgenote, moeder; ze regelt haar huishouding, ze bestuurt een zaak, ze kookt, ze naait – het enige waar ze niet aan toekomt, zo lijkt het, is moe worden. Ze lijkt zo absoluut perfect te zijn. Misschien is dit de reden waarom mijn eerste reactie bij het lezen over haar was: “Ik vind je niet leuk!”’

Maar even later maakt Joyce Meyer deze treffende opmerking: ‘Deze vrouw in Spreuken 31 is naamloos. God wil dat jij jóuw naam hier invult!’

Voor een andere schrijfster, Vicki Courtney (The virtuous woman – shattering the superwoman myth), is de schok nóg groter. Na het lezen van de passage over deze geweldige vrouw, maakte ze voor zichzelf een mentale notitie: “Lees dit gedeelte nooit, nóóit meer!”

Wat haar betreft moest Spreuken 31 voorzien worden van een waarschuwing: kijk uit! – het lezen van dit gedeelte kan meer schuldgevoelens veroorzaken dat het eten van een grote zak M&M’s!

Maar – en dat is belangrijk - uiteindelijk durfde ze Spreuken 31 wel aan en schreef ze er een heel mooie, leerzame studie over.

We luisteren even naar een beschrijving van deze vrouw:

Een sterke vrouw, wie zal haar vinden? - Zij is meer waard dan edelstenen.

Haar man vertrouwt op haar en zal daar rijkelijk bij winnen.

Ze brengt hem voorspoed, geen ellende, alle dagen van haar leven.

Ze zoekt wol en linnen uit, en spint en weeft met vreugde.

zoals een koopmansschip naar verre streken vaart, zo haalt zij van verre wat ze nodig heeft.

Ze staat al op als het nog donker is, regelt het werk in huis, draagt haar slavinnen taken op.

Als zij haar zinnen op een akker zet, koopt ze hem,

van wat ze heeft verdiend, plant ze een wijngaard.

Zij is vol daadkracht, onvermoeibaar is ze in de weer.

Handeldrijven gaat haar heel goed af, ’s nachts gaat haar lamp niet uit.

Haar handen zijn voortdurend aan het spinrok, ze houdt altijd de weefspoel vast.

Haar handen strekt zij uit naar de behoeftigen, ze geeft de armen hulp.

Niemand in haar huis hoeft sneeuw te vrezen, zij heeft hen allen warm gekleed.

Ze maakt de mooiste dekens, ze gaat gekleed in linnen en purperen wol.

Haar man geniet bekendheid in de stad, hij vergadert met de oudsten in de poort.

Zij vervaardigt kleding en gordels, en levert die aan kooplui.

Uit haar verschijning spreken kracht en waardigheid,

de dag van morgen ziet ze lachend tegemoet.

Ze spreekt wijze woorden, wat ze zegt, zijn liefdevolle lessen.

Ze waakt over haar huishouding, nietsdoen is haar onbekend.

Haar kinderen prijzen haar, haar man bejubelt haar:

‘Er zijn veel sterke vrouwen, maar jij overtreft ze allemaal.’

Charme is bedrieglijk en schoonheid vergaat,

maar een vrouw met ontzag voor de HEER moet worden geprezen.

Moge zij de vruchten plukken van haar werk,

mogen haar daden worden geprezen in de poorten.

Nu de vraag: hoeveel talenten heeft deze vrouw?

Bij het lezen van Spreuken 31 was ik zelf ook benieuwd. Ik wilde ze allemaal op een rijtje zetten. Dus ging ik tellen.

Het antwoord was… ja, verbijsterend. Deze super succesvolle vrouw in Spreuken heeft… ja, zet u maar schrap, en weet bij voorbaat dat u het goed leest… Ze heeft… twee talenten! Minder zelfs dan de gemiddelde vrouw die ik ken. Lees het maar zelf na. Ze is goed in handwerk: spinnen, weven, dekens en gordels maken, kleren naaien. Dat is haar eerste talent. En ze is goed in zaken doen: kopen, verkopen, winst maken, beleggen. Dat is haar tweede talent. Meer zijn er niet.

Haar talenten wendt ze op een veelzijdige wijze aan. Deze vrouw weet waar ze heen wil; ze heeft heel duidelijke doelstellingen en wendt haar talenten aan om die te bereiken. Alles wat ze doet en alles wat ze bereikt, komt uit deze twee talenten voort. Zo eenvoudig is het geheim van de vrouw in Spreuken 31. Ze heeft niet zo gek veel talenten, maar wat ze heeft, gebrúikt ze wel. En bovendien optimaliseert ze haar talenten door ze te combineren met goede gewoonten en een positieve, opgewekte levensinstelling.

Wil je je leven zinvol en feestelijk maken – zó dat je op je sterfbed met dankbaarheid en voldoening, en zonder wroeging kunt terugkijken op je leven?

- maak dan gebruik van je talenten! Ontwikkel ze! - Grijp dan de kansen, door God u gegeven, en ga met blijdschap in naar de feest van onze God en Heer! Amen

25: 1: 1 Dan zal het met het koninkrijk van de hemel zijn als…

NBV:

14 Of het zal zijn als met een man die op reis ging, zijn dienaren bij zich riep en het geld dat hij bezat aan hen in beheer gaf. 15 Aan de een gaf hij vijf talent, aan een ander twee, en aan nog een ander één, ieder naar wat hij aankon. Toen vertrok hij. Meteen 16 ging de man die vijf talent ontvangen had op weg om er handel mee te drijven, en zo verdiende hij er vijf talent bij. 17 Op dezelfde wijze verdiende de man die er twee had gekregen er twee bij. 18 Degene die één talent ontvangen had, besloot het geld van zijn heer te verstoppen: hij begroef het.

19 Na lange tijd keerde de heer van die dienaren terug en vroeg hun rekenschap. 20 Degene die vijf talent ontvangen had, kwam naar hem toe en overhandigde hem nog vijf talent erbij met de woorden: “Heer, u hebt mij vijf talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er vijf talent bij verdiend.” 21 Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar bent gebleken in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.” 22 Ook degene die twee talent ontvangen had, kwam naar hem toe en zei: “Heer, u hebt mij twee talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er twee talent bij verdiend.” 23 Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar was in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.” 24 Nu kwam ook degene die één talent ontvangen had naar hem toe, hij zei: “Heer, ik wist van u dat u streng bent, dat u maait waar u niet hebt gezaaid en oogst waar u niet hebt geplant, 25 en uit angst besloot ik uw talent te begraven; alstublieft, hier hebt u het terug.” 26 Zijn heer antwoordde hem: “Je bent een slechte, laffe dienaar. Je wist dus dat ik maai waar ik niet heb gezaaid en oogst waar ik niet heb geplant? 27 Had mijn geld dan bij de bank in bewaring gegeven, dan zou ik bij terugkomst mijn kapitaal met rente hebben terugontvangen. 28 Pak hem dat talent maar af en geef het aan degene die er tien heeft. 29 Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen. 30 En die nutteloze dienaar, gooi die eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt.”

31 Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon. 32 Dan zullen alle volken voor hem worden samengebracht en zal hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt; 33 de schapen zal hij rechts van zich plaatsen, de bokken links. 34 Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: “Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. 35 Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, 36 ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.”

De gelijkenis van de talenten

14 Want het is als een mens, die bij zijn vertrek naar het buitenland zijn slaven riep en hun zijn bezit toevertrouwde. 15 En de een gaf hij vijf talenten, een ander twee, een derde één, een ieder naar zijn bekwaamheid, en hij reisde buitenslands. 16 Terstond ging hij, die de vijf talenten ontvangen had, op weg, en hij deed er zaken mede en verdiende er vijf bij. 17 Evenzo verdiende hij, die de twee talenten had, er twee bij. 18 Maar hij, die het ene talent ontvangen had, ging heen en groef een gat in de grond en verborg het geld van zijn heer. 19 En na lange tijd kwam de heer van die slaven en hield afrekening met hen. 20 En die de vijf talenten ontvangen had, trad toe en bracht nog vijf talenten bovendien, zeggende: Heer, vijf talenten hebt gij mij toevertrouwd: zie, ik heb er vijf talenten bij verdiend. 21 Zijn heer zeide tot hem. Wèl gedaan, gij goede en getrouwe slaaf, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u stellen; ga in tot het feest van uw heer. 22 Die met de twee talenten trad ook toe en zeide: Heer, twee talenten hebt gij mij toevertrouwd; zie, ik heb er twee talenten bij verdiend. 23 Zijn heer zeide tot hem: Wèl gedaan, gij goede en getrouwe slaaf, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u stellen; ga in tot het feest van uw heer. 24 Nu kwam ook hij, die het ene talent ontvangen had, en zeide: Heer, ik wist van u, dat gij een hard mens zijt, die maait, waar gij niet gezaaid hebt, en die bijeenbrengt van plaatsen, waar gij niet hebt uitgestrooid. 25 En ik was bevreesd en ben heengegaan en heb uw talent in de grond verborgen; hier hebt gij het uwe. 26 En zijn heer antwoordde en zeide tot hem: Gij slechte en luie slaaf, wist gij, dat ik maai, waar ik niet gezaaid heb en bijeenbreng van plaatsen, waar ik niet heb uitgestrooid? 27 Dan hadt gij mijn geld aan de bankiers moeten geven en ik zou bij mijn komst mijn eigendom met rente opgevraagd hebben. 28 Neemt hem dan het talent af en geeft het aan hem, die de tien talenten heeft. 29 Want aan een ieder, die heeft, zal gegeven worden en hij zal overvloedig hebben. Maar wie niet heeft, ook wat hij heeft, zal hem ontnomen worden. 30 En werpt de onnutte slaaf uit in de buitenste duisternis. Daar zal het geween zijn en het tandengeknars.

Het oordeel van de Zoon des mensen

31 Wanneer dan de Zoon des mensen komt in zijn heerlijkheid en al de engelen met Hem, dan zal Hij plaats nemen op de troon zijner heerlijkheid. 32 En al de volken zullen vóór Hem verzameld worden, en Hij zal ze van elkander scheiden, zoals de herder de schapen scheidt van de bokken, 33 en Hij zal de schapen zetten aan zijn rechterhand en de bokken aan zijn linkerhand. 34 Dan zal de Koning tot hen, die aan zijn rechterhand zijn, zeggen: Komt, gij gezegenden mijns Vaders, beërft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld af. 35 Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij gehuisvest, 36 naakt en gij hebt Mij gekleed, ziek en gij hebt Mij bezocht; Ik ben in de gevangenis geweest en gij zijt tot Mij gekomen.

MessageStore: bijbels, boeken, multimedia en geschenken

Jaartekst: Jeremia 33: 3

pkn_logo

"Roep mij aan, en ik zal je antwoorden, ik zal je grote, wonderlijke dingen bekendmaken, dingen die je volkomen onbekend zijn."